Dagboek deel 091 Opgeven? Of juist niet...?!
Maandag, 04-08-2009
En daar zit ik dan..
Eigenlijk zou ik wat moeten schrijven, maar ik weet niet goed wat.
Nou ja...eigenlijk weet ik het wel, maar ik weet niet goed, waar te beginnen. Het is dan ook al weer een poosje geleden dat ik voor het laatst een flink stuk van me af geschreven heb en bij het nu volgende stuk vraag ik me toch een beetje af, of ik dit wel moet opschrijven.
Maar ach, wat kan mij het ook schelen! Tenslotte gaat het hier over mij en mijn ervaringen, of die nu goed zijn of slecht..
Ik had al verteld dat het nog even zou duren, maar nu moet het er maar weer eens van komen.
Laat ik maar eens beginnen bij het vorige weekend van 2 augustus. Mijn zwager werd 65 en dat moest groots gevierd worden! Alles heeft m’n zus uit de kast getrokken: van de in Noord-Holland bekende “Bertje-Doperwtje” tot een heuse silhouet-knipster in 17e-eeuwse kledij. Een mobiele bar-tap-installatie en een enorme barbeque. Jaja...als mijn zus de dingen regelt, kómt er ook wat!! Uiteraard hebben we de tijd van ons leven gehad, van ‘s middags een uur of vier tot een uurtje of half vier in de nacht...(ahum...) Maar goed, later zal ik hier misschien wat meer over uitwijden..
Toen ik tegen half vier eenmaal in bed lag begon het: één en al jeuk. Gedurende de hele dag had ik er al last van, maar nu werd het echt ondragelijk.
Op een bepaald moment was de jeuk zo hevig, dat ik me totaal geen raad meer wist. Opeens schoot het me tebinnen dat ik nog een “bbq-vork-en-mesje in m’n borstzakje had en met dat mesje heb ik me even lekker op de rug gekrabd. Zonder het te beseffen krabde ik m’n hele rug open, tot die aanvoelde en eruit zag alsof ik zweepslagen had gehad.
Mijn vrouw, die inmiddels wakker was geworden, pakte midden in de nacht heel zachtjes een natte handdoek en depte daarmee mijn rug, terwijl ik op m’n buik lag.
Gek wordend van de jeuk zat ik later een poos tegen haar aan en ze pakte m’n handen vast, zodat ik niet kon krabben.
Van m’n voetzolen tot m’n kruin, alles jeukte! Mensen zeggen wel eens: “Je kunt beter pijn hebben, dan jeuk.”, en zo ís het ook! Het maakt je werkelijk krankzinnig! Je kunt niets meer, je ziet niets meer en alles doet pijn en jeukt tegelijk. Het uiteindelijke gevolg is in lichamelijke zin, dat je er uitziet als één grote wandelende sneeuwbui van alle huidschilfertjes, van boven tot onder bedekt met jeukende en pijnlijke wonden.
Het moge duidelijk zijn, dat dit bepaald ook iets met je persoonlijkheid doet. Je gaat je anders gedragen, je gaat je anders vóélen. En misschien zelfs anders denken..
Nou ben ik altijd prima in staat geweest om goed en kritisch naar mezelf te kijken.
Waarom doe ik bepaalde dingen en wat doet dat met mij? Waarom bid ik en hoe? Waarom ben ik, of voel ik, zoals ik ben of voel? Waar komen de diverse karaktertrekken vandaan en kan ik iets aan de minder leuke trekjes veranderen? En zoja: hoe?
Bij twee van die trekjes wil ik even stilstaan.
Ik ben van nature tamelijk ongedurig (zie mijn “engelengeduld”) en heb altijd wel in lichte of wat grotere mate last van enige nervositeit. Daar komt bij dat ik toch ook best wel stressgevoelig ben. Dat is de afgelopen decennia niet meer te zien geweest aan mijn huid, maar zeker de laatste maanden des temeer!
Hoe komt dat? Waar komt dat vandaan? Wat is er veranderd?
Tsja...dát is wel duidelijk:
Ik ben getrouwd. Dát is er veranderd!
Altijd heb ik alleen gewoond en geleefd. Nooit heb ik rekening hoeven houden met iemand. Als ik ‘s avonds thuiskwam, was er niemand om mij heen. Best lekker, hoor en ik ben daar ook altijd best heel gelukkig in geweest. Ik kon me heerlijk afsluiten van de buitenwereld, alleen, in mijn eigen coconnetje, een pilsje en sigaretje erbij en...schrijven maar! Zonder iets of iemand om me heen, met de tijd aan mezelf vlogen de woorden als vanzelf op papier. En als ik geen zin meer had en er was niets op tv? Ach..dan ging ik toch even lekker naar m’n stamkroegje? Niemand, die er iets van zei, niemand die het vervelend vond. En nu? Tsja.. nu is een heel ander verhaal. Mijn vrouw is opgevoed en opgegroeid in een kleine, niet streng maar traditioneel-gelovige gemeenschap. De kerk waar ze altijd naartoe ging wordt ook wel de “ranja-kerk” genoemd, omdat ook tijdens de avondmaalviering geen alcoholhoudende wijn geschonken werd. Opzich niets mis mee, maar het laat al wel een heel klein beetje zien hoe men tegenover alcohol staat. Niet veroordelend, maar wèl afstandelijk en vaak afwijzend.
Nietemin drinkt mijn vrouw ook wel eens een glaasje maar dat is incidenteel. Dat is wel even iets anders dan een bierliefhebber, die jarenlang zelf bier gebrouwen heeft, kookt met bier, leest over bier en..inderdaad: als hoofddrankje een pilsje drinkt inplaats van fris.
Het zal wel duidelijk zijn dat mijn vrouw al gauw vond, dat ik veel te veel dronk en dus moest daar verandering in komen, zo vond ze eigenlijk. En ja..omdat ik erg veel van haar hou wilde ik daar best enigszins aan tegemoet komen, maar zeg nou zelf: als je opgegroeid bent in een bijna “alcoholloze” omgeving is elk pilsje al gauw “teveel”. Het resultaat is, dat ik ‘s middags rond een uur of vijf zin heb in een pilsje, maar hem niet pak want “..misschien vindt ze dat bezwaarlijk..”
Zelfs al vindt ze daar níéts van..ik dènk het toch en dat veroorzaakt op den duur wat wrevel bij mij. Ik ga wat minder goed in m’n vel zitten. Langzaam maar zeker voel ik mezelf wat ongeduriger worden en wat nerveuzer.
Let op: dat heeft NIETS met verslaving te maken, maar met het feit dat ik iets laat, wat ik helemaal niet WIL laten, omdat er niets mis mee is! Ik laat het, uit liefde voor iemand en niet omdat het “fout” zou zijn!
Verslaving is iets anders:
Mijn roken!
Iedereen die mij leest, weet inmiddels wel van mijn jarenlange strijd met die sigaret. Al jarenlang verlies ik die strijd ook struktureel. Veel mensen die geloven, zeggen: “Dan bid je niet voldoende.”, of: “Is je geloof wel groot genoeg?” en meer van dat soort dingen. Ik vind dat tamelijk veroordelend! Worstelde Paulus niet ook met één bepaalde zonde? En hoevaak bad hij er wel niet voor? Op één dag zelfs drie keer na elkaar (!) en wat antwoordde God toen? “..Laat Mijn genade u genoeg zijn!” Da’s fijn..maar brengt dat een einde aan de worsteling? Dacht het niet!
Zo ook bij mij. de worsteling bleef, jaar in jaar uit en telkens opnieuw rookte ik toch weer. Op een bepaald moment kwam ik voor mezelf tot de conclusie dat het misschien toch helemaal niet zo heel erg was om zo nu en dan te roken. Want...ondanks dat het om een verslaving gaat, is het wèl een rustgevende verslaving! En dát is iets, wat ík in mijn nervositeit èrg goed kan gebruiken!! Het maakt me rustiger. Is dat een excuus? Nee, want ik geef wel degelijk toe dat het een verslaving is!
Maar ja.. toen kwam mijn vrouw om de hoek kijken.
Ik had op CM in mijn profiel gezet “niet rokend” en daar filterde zij de kandidaten op. Zelf dacht ik: “Als ik maar eenmaal een partner heb die ook niet rookt, zal het wel lukken..” En toen we elkaar ontmoet hadden, beloofde ik haar om uit alle macht te proberen te stoppen met roken. Samen bidden en er aan werken...dan zou het wel lukken.
Nou, niet echt! Inplaats daarvan krab ik in mijn nervositeit mezelf helemaal aan flarden. Ik wordt gek van de jeuk, kan zolangzamerhand niets meer hebben en ga nog maar mondjesmaat de deur uit. Heel af en toe ‘s avonds even naar de overkant, naar mijn oude stamcafeetje. Daar binnen is het halfdonker en dan vallen mijn handen, armen en gezicht niet zo heel erg op en dan ben ik er toch nog even uit. En ja..dan rook ik ook.
En weet je? Ik vind het heerlijk!! Het is alsof ik me rustiger vóél worden, zodra ik een sigaretje rook. Alweer: excuus? Niks excuus!! Ik heb geen excuusjes nodig!
Nogmaals: van nature ben ik al enigszins nerveus en allesbehalve stressbestendig. Een ervenisje uit m’n jeugd, zullen we maar zeggen...
Het uiteindelijke resultaat?
Ik rook. Af en toe, maar toch. En voel ik me er schuldig onder? In het begin wel, maar op die bewuste zondagochtend, daar in Alkmaar, hebben m’n vrouw en ik er nog eens uitvoerig over gepraat en ze begrijpt het. Ze is het er niet mee eens en het doet haar verdriet, maar ze begrijpt het. En dat is een belangrijk goed!! Natuurlijk zei ze: “Het maakt mij niet uit hoe je eruit ziet.”, maar laten we eerlijk zijn: als je er ècht niet uitziet en onder de wondjes zit en in constante jeuk en pijn verkeert, maakt het niet uit wat iemand zegt, zelfs niet als die iemand heel dicht bij je staat en die woorden ook werkelijk meent. Het is juist dátgene wat het met jóú doet, dat belangrijk is. Jíj voelt je ‘vies’ en dus ‘ben’ je dat ook. Jíj voelt dat de mensen naar je kijken en ook al beweert een ander het tegendel: jij weet beter. Je VOELT het gewoon en als je erop gaat letten, zie je dat je gevoel je echt niet bedriegt...
Maar goed, ik rook dus af en toe. En hoewel het resultaat nog niet direct zichtbaar is, doet het al wel heel veel met mij. Zo ervaar ik eindelijk weer die rust, die ik altijd voelde als ik schreef.
En naar mijn vrouw toe voel ik weer die rust, die mij in staat stelt om haar ook in fisieke zin lief te hebben; iets waar iedere partner natuurlijk naar verlangt en laten we eerlijk zijn: dat is voor verreweg de meesten van ons, mensen, een belangrijk goed.
Sexualiteit
Voor zowel mijn vrouw als voor mij was sexualiteit altijd de “ver-van-mijn-bed-show”.
Toen we elkaar stukje bij beetje leerden kennen, leerden we ook om naar elkaar te verlangen. Dat ging eigenlijk vanzelf, al bewaarden we wèl enige reserve en terughoudendheid. Maar laten we eerlijk zijn: of je nu 16 bent of 46, in beide gevallen geldt dat er sprake is van een ontdekkingsreis. In eerste instantie een ‘ontdekkingsreis’ naar je eigen gevoelens en vervolgens naar die van de ander. En ja: dan komt er langzamerhand tóch een zeker verlangen naar meer...
Ons beider geloofsovertuiging weerhield ons ervan om ‘verder’ te gaan. Tot hier en niet verder.
En na ons trouwen? Tsja, toen was het hek van de dam! Opeens ‘mochten’ we álles en het zal de lezer dan ook niet verbazen, dat we daar dan ook dankbaar gebruik van hebben gemaakt..
Maar dan komt het:
Na zovele jaren alleen te zijn geweest, moest ik me wenden naar de wensen van een partner. Opzich geen probleem, zou je zeggen. Maar als je niet beter weet dan alleen te zijn, weet je niet wat het is, om de hele dag iemand om je heen te hebben. En al helemaal iemand, die zó fel tegen roken is. “Ach...dat ga ik wel redden..”, hield ik mezelf voor.
Maar niet dus..
Inplaats daarvan voelde ik me steeds ongemakkelijker in m’n eigen huis. Ik stelde ‘het peukje’ zolang mogelijk uit, maar dat had wèl een nervositeit tot gevolg die z’n weerga niet kent! In no-time zag ik eruit als Quasimodo en laten we eerlijk zijn: dat is geen apetijtelijk gezicht. Primair vind je dat zelf, maar je partner vindt dat natúúrlijk ook, al zegt die dat niet want ze houdt van je: “Haar maakt het niet uit, hoe je eruit ziet..”
Maar het resultaat is wèl dat je zelf geen lust meer hebt om de ander te behagen. “Je ziet er immers niet uit, daar kan de ander nooit vreugde aan beleven..”
Maar nu rook ik af en toe.
Natuurlijk is de jeuk niet als donderslag bij heldere hemel verdwenen. Maar de jeuk die ik nu voel, is jeuk van wonden die genezen. En natuurlijk is er ook de inmiddels bijna ‘vanzelfsprekende jeuk uit nervositeit, maar die is bijna te verwaarlozen.
Wat overblijft, is het hernieuwde verlangen om diegene lief te hebben, die zóveel van me houdt dat ze in staat is om door die wonden heen te kijken....
Wat hier alleen maar op kan volgen?
Dankbaarheid.
Niets minder dan dat...
.
.
dinsdag 25 augustus 2015
Dagboek deel 090 En zó is dat...!!
Er is al weer een mooie tijd verstreken, sinds ik m’n laatste dagboekdeel schreef.
Weet je nog, hoe ik ‘vroeger’ èlke dag schreef? En dat waren dan ook nog niet van die kleine stukkies ook! En nu? Slechts af en toe een deel en dan ook nog veel te algemeen.
“Tsja”, zeggen de mensen, “dat krijg je als je eenmaal getrouwd bent. Dan worden andere dingen belangrijk....”
Ja ja, dat kan allemaal best zo zijn, maar daar ligt het niet helemaal aan.
Het zijn heel andere dingen..
Of toch niet...??
Laat ik eens kijken naar hoe ik vroeger schreef:
Ik schonk mezelf een wijntje in of een pilsje, keek een poosje naar het scherm en bijna als vanzelf begonnen mijn vingers te ratelen. In wat voor sfeer gebeurde dit alles? Hoe voelde ik me op het moment van schrijven? Ach..vól van alles dat ik schreef en tegelijkertijd ook zo heerlijk leeg. Leeg van alle spanningen van alle dag. Ik had alle tijd en hoefde niet te denken aan om het even welke verplichtingen.
Terwijl ik schreef voelde ik me ontspannen. Ja..het werkte ontspannend. Zoals een jogger gaat joggen om de spanning van de dag ‘weg te lopen’ en heerlijk leeg thuis te komen. Zó schreef ik, om uiteindelijk diep in de nacht heerlijk leeg in bed te komen.
Maar er is iets veranderd. Iets in mij. Tegen mijn wil. Ik wil dit helemaal niet. Ik hèb dit ook nooit gewild. En toch..het gebeurt. Ik voel me schuldig....
Telkens wanneer ik wil schrijven, bekruipt me het gevoel van: “Voelt ZIJ zich niet alleen?”, “Moet ik nu niet bij haar zijn?”, “Zal ze zich misschien afgewezen voelen?” , “Zit ik niet te lang achter de toetsen..??”, “Ach..laat ik vandaag maar niet schrijven..het kómt wel weer...”
Al een hele poos zit ik met dit gevoel en vandaag/gisteren heb ik een besluit genomen:
Ik schrijf! Dát is wat ik doe. Dat is waar ik mijzelf in kwijt kan. Ik kan niet anders. Ik heb geen keus. Zoals mijn gezicht bij mij hoort, zo hoort mijn schrijven bij mij.
Vanavond, nadat ik terug was van m’n werk, heb ik mijn gevoel uitgelegd aan mijn vrouw en ze vond dat ik dan ook lekker moest gaan schrijven. Ze verbaasde zich al een beetje waarom ik niet meer schreef.
En dus...ik schrijf! Waarover?
Ach...je kent me:
We zien wel waar de digitale pen me brengt.
Laat ik maar eens beginnen bij de perikelen van de laatste tijd..
Zoals bekend bij de meesten van jullie, heb ik momenteel erg veel last van mijn huid en ogen.
Bij tijd en wijle zie ik er echt niet uit. Ik zit onder de wondjes en m’n ogen zijn niet veel meer dan rood-doorbloedde spleetjes. Al vaak heb ik ervoor gebeden dat God de pijn en jeuk zou verzachten, of op z’n minst dragelijk(er) zou maken. Nu eens lijkt dat te werken, dan weer eens is daar geen spoor van te merken.
Dat maakt me af en toe een beetje radeloos en wanhopig en ja...ook boos. Erg boos, om niet te zeggen: ziedend van woede. In slechts enkele maanden heb ik meer pillen gezien dan in de afgelopen 25 jaar..! En heeft het geholpen? Niets!! Helemaal niets!
Eigenlijk zou ik furieus moeten zijn op God en eerlijk gezegd ben ik dat ook best wel eens geweest. Maar wat schiet ik er mee op? Heeft het me ergens gebracht? Nee.. Woede is als een schommelstoel: het houdt je bezig en je beweegt, maar je komt geen stap verder!
Zo schommelen mijn gevoelens of emoties regelmatig heen en weer tussen berusting en bevechting. En eerlijk is eerlijk: daar word ik af en toe best eens wanhopig van.
Maar goed, wat doet dit alles met mijn geloof?
Ik heb wel eens een spreuk opgeschreven van Corrie ten Boom:
“Als God ons over rotsige paden leidt, zorgt Hij ook wel voor stevige bergschoenen.”
Kijk, dat is een leuke aardige spreuk en hij klinkt ook best wel heel devoot, maar wat doen we ermee? Het is natuurlijk wel waar, maar....je moet wèl ZELF beslissen om die bergschoenen dan ook daadwerkelijk aan te trekken!! En daar schort het bij ons nog wel eens aan en bij mij niet in het minst. Ik ben zo verdraaid goed in het ‘God de schuld geven’ en telkens opnieuw te vragen: “Waarom leidt U mijn blote voeten over dit scherpe rotsige pad?? U wéét toch dat dat pijn doet?!” En in mijn boosheid en opstandigheid vergeet ik dan te kijken naar die beschermende bergschoenen. Die zie ik helemaal niet. Ik zie alleen de pijn aan m’n voeten, de rest lijkt onbelangrijk en dat ‘moet’ God dan maar begrijpen...
Als ik op die manier de bijbel, God’s Woord, als een spiegel gebruik...schrik ik soms van mezelf. Wat kan een mens toch bijzonder onredelijk zijn en wat moet God af en toe toch dood-en-doodmoe worden van ons, zielige schepseltjes. ‘t Is dat Hij zoveel van ons houdt, anders zou Hij toch zeker allang gezegd hebben: “Weet je wat? Zoeken jullie het maar lekker zelf uit!! Ik heb schoon genoeg van jullie!!!” Maar ja, dat is God, hè? Hij houdt simpelweg teveel van ons, om ons alleen te laten.
Laatst waren m’n vrouw en ik aan het bomen over gebed en vertrouwen. Over vertrouwend en gelovend gebed. En over verhoring.
Telkens wanneer een gebed verhoord is, noemen we dat een zegen. En over zegeningen zegt een bekend liedje, dat we ze moeten tellen. Eén voor één! Zonder dat ze het eerst in de gaten had, was die uitspraak voor mijzelf een “eye-opener” in een beetje een moeilijke periode.
Het was een soort ‘advies bij hemelse zaken’..
Bij twijfel: Tel uw zegeningen! Kijk eens naar al die keren dat u Zijn Aanwezigheid WEL voelde.
Bij boosheid: Kijk eerst goed om u heen of u wel het recht hebt om boos te zijn.
Bij ongeloof: Vraag geen wonder, als u het toch niet wilt geloven.
Bij teleurstelling: Kijk eerst naar uw vraag en wacht ook echt op antwoord.
Afijn, zo zou ik nog een poosje door kunnen gaan.
Ik zei tegen Greet, dat ik God niet meer voelde. Niet meer, zoals ik Hem eerder altijd voelde: zó dichtbij en zo intens... En ik vroeg me af, waarom. Waarom voelde ik Hem niet meer? Had ik misschien iets zodanig fout gedaan dat God me niet meer wilde kennen? En zoja, wat was dat dan? Zo ontstond bijna als vanzelf ook de twijfel. Bestond God wel? Maakte ik mezelf niet wat wijs? Berustte alles niet op een hersenspinsel? Ondertussen had ik niet in de gaten dat bovenstaande vier adviezen het antwoord waren.
Het waren de twijfel, teleurstelling, boosheid en ongeloof die tussen mij en God instonden.
God kan zichzelf nu eenmaal niet aan ons openbaren, zolang er iets tussen Hem en ons in staat. Dat moet eerst weg voordat het contact hersteld kan worden. God kan daar bij helpen. Of liever gezegd: Zijn Zoon. Die is onze Bemiddelaar en Hij trekt die slechte dingen naar zich toe, waar ze in het niets verdwijnen. Maar dan moeten wij ze wèl eerst zelf bij Hem neerleggen.
Ik heb dat gedaan. Ik heb gevraagd wat er was en God heeft het me laten zien. Dat heb ik vervolgens bij Hem neergelegd en gevraagd of Hij dat wilde laten verdwijnen.
Wat het resultaat is? Stel je voor dat je Iemand ziet, die je heel dierbaar is, maar je kunt Hem niet aanraken, je kunt Hem niet horen, niet voelen. Je roept maar het lijkt of Hij je niet kan horen. En dan opeens...verdwijnt er iets, dat lijkt op een muur van matglas. Opeens kun jij Hem horen en Hij jouw, je ziet Hem en Hij kan je aanraken. Bijna alsof er een soort dichte mist opeens optrekt en je voelt ineens dat Hij naast je staat.
En ik kan je vertellen, lieve lezer, dat voelt geweldig!!!
Hoe zei ik dat ooit eens?
“Zit ik normaal gesproken op m’n "levens-vlot" midden op de woelige baren van gevoelens; zo beland ik op m’n kleine vlotje af en toe in een rustig kabbelend beekje, waar ik gewoon lekker langzaam vooruit kan drijven op een zacht stroompje van geluk.”
En zó is dat...!!
Er is al weer een mooie tijd verstreken, sinds ik m’n laatste dagboekdeel schreef.
Weet je nog, hoe ik ‘vroeger’ èlke dag schreef? En dat waren dan ook nog niet van die kleine stukkies ook! En nu? Slechts af en toe een deel en dan ook nog veel te algemeen.
“Tsja”, zeggen de mensen, “dat krijg je als je eenmaal getrouwd bent. Dan worden andere dingen belangrijk....”
Ja ja, dat kan allemaal best zo zijn, maar daar ligt het niet helemaal aan.
Het zijn heel andere dingen..
Of toch niet...??
Laat ik eens kijken naar hoe ik vroeger schreef:
Ik schonk mezelf een wijntje in of een pilsje, keek een poosje naar het scherm en bijna als vanzelf begonnen mijn vingers te ratelen. In wat voor sfeer gebeurde dit alles? Hoe voelde ik me op het moment van schrijven? Ach..vól van alles dat ik schreef en tegelijkertijd ook zo heerlijk leeg. Leeg van alle spanningen van alle dag. Ik had alle tijd en hoefde niet te denken aan om het even welke verplichtingen.
Terwijl ik schreef voelde ik me ontspannen. Ja..het werkte ontspannend. Zoals een jogger gaat joggen om de spanning van de dag ‘weg te lopen’ en heerlijk leeg thuis te komen. Zó schreef ik, om uiteindelijk diep in de nacht heerlijk leeg in bed te komen.
Maar er is iets veranderd. Iets in mij. Tegen mijn wil. Ik wil dit helemaal niet. Ik hèb dit ook nooit gewild. En toch..het gebeurt. Ik voel me schuldig....
Telkens wanneer ik wil schrijven, bekruipt me het gevoel van: “Voelt ZIJ zich niet alleen?”, “Moet ik nu niet bij haar zijn?”, “Zal ze zich misschien afgewezen voelen?” , “Zit ik niet te lang achter de toetsen..??”, “Ach..laat ik vandaag maar niet schrijven..het kómt wel weer...”
Al een hele poos zit ik met dit gevoel en vandaag/gisteren heb ik een besluit genomen:
Ik schrijf! Dát is wat ik doe. Dat is waar ik mijzelf in kwijt kan. Ik kan niet anders. Ik heb geen keus. Zoals mijn gezicht bij mij hoort, zo hoort mijn schrijven bij mij.
Vanavond, nadat ik terug was van m’n werk, heb ik mijn gevoel uitgelegd aan mijn vrouw en ze vond dat ik dan ook lekker moest gaan schrijven. Ze verbaasde zich al een beetje waarom ik niet meer schreef.
En dus...ik schrijf! Waarover?
Ach...je kent me:
We zien wel waar de digitale pen me brengt.
Laat ik maar eens beginnen bij de perikelen van de laatste tijd..
Zoals bekend bij de meesten van jullie, heb ik momenteel erg veel last van mijn huid en ogen.
Bij tijd en wijle zie ik er echt niet uit. Ik zit onder de wondjes en m’n ogen zijn niet veel meer dan rood-doorbloedde spleetjes. Al vaak heb ik ervoor gebeden dat God de pijn en jeuk zou verzachten, of op z’n minst dragelijk(er) zou maken. Nu eens lijkt dat te werken, dan weer eens is daar geen spoor van te merken.
Dat maakt me af en toe een beetje radeloos en wanhopig en ja...ook boos. Erg boos, om niet te zeggen: ziedend van woede. In slechts enkele maanden heb ik meer pillen gezien dan in de afgelopen 25 jaar..! En heeft het geholpen? Niets!! Helemaal niets!
Eigenlijk zou ik furieus moeten zijn op God en eerlijk gezegd ben ik dat ook best wel eens geweest. Maar wat schiet ik er mee op? Heeft het me ergens gebracht? Nee.. Woede is als een schommelstoel: het houdt je bezig en je beweegt, maar je komt geen stap verder!
Zo schommelen mijn gevoelens of emoties regelmatig heen en weer tussen berusting en bevechting. En eerlijk is eerlijk: daar word ik af en toe best eens wanhopig van.
Maar goed, wat doet dit alles met mijn geloof?
Ik heb wel eens een spreuk opgeschreven van Corrie ten Boom:
“Als God ons over rotsige paden leidt, zorgt Hij ook wel voor stevige bergschoenen.”
Kijk, dat is een leuke aardige spreuk en hij klinkt ook best wel heel devoot, maar wat doen we ermee? Het is natuurlijk wel waar, maar....je moet wèl ZELF beslissen om die bergschoenen dan ook daadwerkelijk aan te trekken!! En daar schort het bij ons nog wel eens aan en bij mij niet in het minst. Ik ben zo verdraaid goed in het ‘God de schuld geven’ en telkens opnieuw te vragen: “Waarom leidt U mijn blote voeten over dit scherpe rotsige pad?? U wéét toch dat dat pijn doet?!” En in mijn boosheid en opstandigheid vergeet ik dan te kijken naar die beschermende bergschoenen. Die zie ik helemaal niet. Ik zie alleen de pijn aan m’n voeten, de rest lijkt onbelangrijk en dat ‘moet’ God dan maar begrijpen...
Als ik op die manier de bijbel, God’s Woord, als een spiegel gebruik...schrik ik soms van mezelf. Wat kan een mens toch bijzonder onredelijk zijn en wat moet God af en toe toch dood-en-doodmoe worden van ons, zielige schepseltjes. ‘t Is dat Hij zoveel van ons houdt, anders zou Hij toch zeker allang gezegd hebben: “Weet je wat? Zoeken jullie het maar lekker zelf uit!! Ik heb schoon genoeg van jullie!!!” Maar ja, dat is God, hè? Hij houdt simpelweg teveel van ons, om ons alleen te laten.
Laatst waren m’n vrouw en ik aan het bomen over gebed en vertrouwen. Over vertrouwend en gelovend gebed. En over verhoring.
Telkens wanneer een gebed verhoord is, noemen we dat een zegen. En over zegeningen zegt een bekend liedje, dat we ze moeten tellen. Eén voor één! Zonder dat ze het eerst in de gaten had, was die uitspraak voor mijzelf een “eye-opener” in een beetje een moeilijke periode.
Het was een soort ‘advies bij hemelse zaken’..
Bij twijfel: Tel uw zegeningen! Kijk eens naar al die keren dat u Zijn Aanwezigheid WEL voelde.
Bij boosheid: Kijk eerst goed om u heen of u wel het recht hebt om boos te zijn.
Bij ongeloof: Vraag geen wonder, als u het toch niet wilt geloven.
Bij teleurstelling: Kijk eerst naar uw vraag en wacht ook echt op antwoord.
Afijn, zo zou ik nog een poosje door kunnen gaan.
Ik zei tegen Greet, dat ik God niet meer voelde. Niet meer, zoals ik Hem eerder altijd voelde: zó dichtbij en zo intens... En ik vroeg me af, waarom. Waarom voelde ik Hem niet meer? Had ik misschien iets zodanig fout gedaan dat God me niet meer wilde kennen? En zoja, wat was dat dan? Zo ontstond bijna als vanzelf ook de twijfel. Bestond God wel? Maakte ik mezelf niet wat wijs? Berustte alles niet op een hersenspinsel? Ondertussen had ik niet in de gaten dat bovenstaande vier adviezen het antwoord waren.
Het waren de twijfel, teleurstelling, boosheid en ongeloof die tussen mij en God instonden.
God kan zichzelf nu eenmaal niet aan ons openbaren, zolang er iets tussen Hem en ons in staat. Dat moet eerst weg voordat het contact hersteld kan worden. God kan daar bij helpen. Of liever gezegd: Zijn Zoon. Die is onze Bemiddelaar en Hij trekt die slechte dingen naar zich toe, waar ze in het niets verdwijnen. Maar dan moeten wij ze wèl eerst zelf bij Hem neerleggen.
Ik heb dat gedaan. Ik heb gevraagd wat er was en God heeft het me laten zien. Dat heb ik vervolgens bij Hem neergelegd en gevraagd of Hij dat wilde laten verdwijnen.
Wat het resultaat is? Stel je voor dat je Iemand ziet, die je heel dierbaar is, maar je kunt Hem niet aanraken, je kunt Hem niet horen, niet voelen. Je roept maar het lijkt of Hij je niet kan horen. En dan opeens...verdwijnt er iets, dat lijkt op een muur van matglas. Opeens kun jij Hem horen en Hij jouw, je ziet Hem en Hij kan je aanraken. Bijna alsof er een soort dichte mist opeens optrekt en je voelt ineens dat Hij naast je staat.
En ik kan je vertellen, lieve lezer, dat voelt geweldig!!!
Hoe zei ik dat ooit eens?
“Zit ik normaal gesproken op m’n "levens-vlot" midden op de woelige baren van gevoelens; zo beland ik op m’n kleine vlotje af en toe in een rustig kabbelend beekje, waar ik gewoon lekker langzaam vooruit kan drijven op een zacht stroompje van geluk.”
En zó is dat...!!
Dagboek deel 089 'Nummer 44...'
Dinsdag, 16-06-2009
Dinsdag is het nu.
Het is 'alweer' elf dagen geleden dat we in het huwelijk traden.
Het zal je niet verbazen dat ik niet al te veel heb geschreven, want laten we eerlijk zijn:
ik had wel wat beters te doen....................
Maar goed, ik ben er weer en het wordt tijd om te reageren op een bijzondere schrijver,
die een bijzonder stukje schreef.
Verreweg de meesten van jullie weten inmiddels wel, dat ik in m'n tienerjaren op een internaat woonde.
De Rekkense Inrichting heette het en ik heb daar over het algemeen een hele goede tijd gehad, waar ik met plezier
op terugkijk en met even veel plezier over schreef.
Tot voor kort.
Onder "dagboek van vroeger", (hfdstk: Rekkense Inrichting deel 1) liet iemand een reactie achter.
Twee zelfs: eerst een hele korte uitbarsting van woede, 's avonds om 01:53 uur:
"Bernardus Wissink,
een grote luldebehanger.
geen goed woord voorover.
Hij mag God genadig zijn, in mededogen.
Er is ruim voldoende plek op "hun" Rekkense begraafplaats.
no. 44"
Later, om 12:52 uur volgde er nog een reactie, een uitleg over de eerste maar nu wat rustiger:
"Ja beste mensen, het moest er even spontaan uit over die Bernardus (Bernard) Wissink.
Je moet altijd proberen naar het goede in de mens te kijken. Maar van die Bernard W. krijg ik, ná al die jaren nog steeds een wrange smaak in de mond.
Ik leerde B.W. kennen op het paviljoen "de Kienveen". Dat moet zijn geweest in 1970, want mijn laatst jaar bracht ik door op "op den berg".
Wissink hanteerde dicipline en tucht volgens een nieuw agogische formule - de sociogroep-
waarin ieder verantwoordelijk is voor het -wan-gedrag van de andere groeps genoten.
Nou lekker dus als een v/d medebewoners een bedplasser is, moest de hele groep tegenover B.W. verantwoording en uitleg geven. Ben ik mijn broeders hoeder ?
Vanaf de eerste dag boterde het al meteen niet tussen ons. Ik heb nooit in een totalitair
streng regiem gepast, want mijn vrijheid was me toen al heilg.
Wissink zou mij wel even volgens de regels kneden om leren te buigen voor zijn ideeen en
idealen. Zijn visie van destijds was gevoelsmatig niet mijn visie. Tucht en plicht waardoor
ik een rebel werd. Wilde ik niet buigen dan moest ik maar breken. Tot gevolg dat we meerder keren over de grond hebben liggen rollen, vechten dus ! Wat een zwakte en een onvermogen van een volwassen man ( de leider) tegen een kind van dertien jaar.
Hij liet mij sávonds voor mijn bed -in mijn onderbroek- stukken uit de bijbel- oplezen.
Dat was een van de vele strafmaten die B.W. hanteerde.
Je kon mij op drie manieren positief benaderen, met sport, muziek en het gevoel van respekt en dat je op een positieve manier door de leider wordt gezien. Ik beschikte destijds ruim voldoende over kwaliteiten. Ik was uiterst slim, scoorde negens op de L.T.S. in Haaksbergen en ben laterin Amsterdam doorgegaan naar de M.T.S.
Ik was uiterst sportief, en in mijn tijd absoluut de beste in alles op sport gebied en later heb ikvijftien jaar in de hoogste divisie's van het Nederlandse volleybal gespeeld.
En via de muziek ben ik later muziekleraar geworden in het onderwijs.
Dat zag W.B. kennelijk niet. Hij wilde mij een ondergeschikte maken aan zijn totalitaire
militaire regiem en hij de generaal. Nee hoorWissink en ik hebben elkaar nooit gelegen.
Mischien heeft B.W. niet veel later begrepen dat die sociomethode niet werkte. Althans niet in onze groep op Kienveen.
Een naar militant ventje die Wissink.
Met heel veel ander groepsleiders kon ik het uitstekend vinden. Dan Noem ik namen als
Gerard Hanselman, Henny v. Doorn, meneer Buitelaar en een zekere meneer Hartman
en nog een paar ander hele goeie, waarvan ik helaas de naam kwijt ben.
Ik heb van mei 1966 t/m de zomervakantie van 1969 op de Leemcule, Grol, Kienveen en
op de Berg gezeten. Het was voor mij een srafkamp. Twee aan twee, en in de maat naar school. Altijd die overijverige dicipline, goed voor je vorming om terug te keren in de
maatschappij. Sodemieter op. Ik was een normaal kind met een stel gezonde hersens, geen wegloper of notoire dief of achterbaks. Die moet je dus ook normaal behandelen.
IK was de hemel te reik dat ik na vier jaar van detentie weer terug mocht naar mijn ouderlijk huis in Amsterdam. Weer in een normaal gezinsleven.
Weg van die gekken in Rekken. Ik heb het altijd ervaren als een strafkolonie, een gevangenekamp met groepsgenoten die niet bijster slim waren en een hele slechte jeugd
en internaat geschiedenis al achter de kiezen hadden. Dat is mijn gelukkig gespaard gebleven.
Ik ben vorig jaar nog op de plek -des onheils- geweest en heb een interessant gesprek
gehad met Henny en Gretha v. Doorn. Henny is met pensioen en is in het prachtige huis op het internaat blijven wonen. Met hun heb ik zo nu en dan nog kontakt. Lieve mensen
Wissink woont er ook nog steeds, ik zag de inmiddels oude man op zijn motormaaier het
grote grasveld voor zijn riante huis maaien. Kreeg weer die wrange smaak in de mond.
Zo,n oude man zet je niet meer in z'n onderbroek op het grasveld en hem een stuk uit de bijbel laten voorlezen. Zoals ik vroeger moest doen. Even was er die gedachte, maar ben door plankgas doorgereden richting Eibergen, terug naar huis en de vrijheid.
Dat wilde ik even kwijt.
Groeten uit Amsterdam, Martin Westerman en mijn kleding nummer was vierjaar lang 44."
.....................................
Al enige tijd denk ik na over een reactie. Ik wilde graag reageren, maar hoe?
Hoe vertel je iemand dat JIJ wèl een goede tijd hebt gehad en hoe verklaar je het enorme verschil in 'behandeling' ?
Er zaten per slot van rekening maar zeven jaren tussen 'zijn periode' en 'mijn periode' .
Mijn denkwijze tenopzichte van enkele groepsleiders had juist daarom toch enigszins te lijden.
Was het werkelijk zo slecht geweest? Hadden 'ze' deze dingen werkelijk gedaan?
Gistermiddag hadden Johan en ik een jubileum van een groepsleider, die inmiddels 40 jaar in dienst was van wat tegenwoordig "Rentray" heet,
het vroegere "Rekken" .
Met z'n vieren ( Marijke en Grétha waren ook mee) in de auto naar het dorpje Rekken, waar het feest gehouden werd in café Kerkemeier.
Op weg daarheen kwamen we over het terrein van de "Rekkense Inrichting" en bijna alsof het zo moest zijn...
...zagen we Bernhard Wissink op een motormaaier over z'n gazon 'crossen'. Precies, zoals Martin het hierboven beschreef...
Al met al was het een leuke en gezellige middag, met toch af en toe ook een serieuze noot.
Zo ging één van die noten over mijn vraag, hoe het vroeger was.
Ik had van Johan al wel een stuk gekregen dat over deze periode ging, maar ik was er nog niet helemaal over uit.
Nu wel en dus plaats ik het hier:
"Niet opsluiten, maar opvoeden; wat zijn we wijzer geworden?
Erik J. Knorth
Arjen Jonker, Niet opsluiten, maar opvoeden (diss. Groningen), Utrecht: Agiel 2004,
220 blz., ISBN 90 77834 02 8.
Na een aantal bladzijden in het prachtig uitgevoerde boek van Jonker gelezen te
hebben moest ik denken aan twee publicaties: de ene van bijna 30 jaar geleden,
de andere van recente datum. In een proefschrift uit 1977 van de orthopedagoog
Veerman1 wordt verslag gedaan van een programma-evaluatieonderzoek naar de
behandeling in de justitiële jeugdinrichting Deeskensveld, de jongensafdeling van
de Rekkense Inrichtingen, van jongeren met ernstige gedragsproblemen. Daar
werd een visie op behandelen gehanteerd, gebaseerd op werk van De Lange uit
1965 (herziene druk 1971).2 De kern daarvan is dat bij de in ‘Rekken’ opgenomen
kinderen geen sprake is van wederkerigheid in het contact met volwassenen; zij
zijn fundamenteel relatiegestoord. Tegelijk komen deze kinderen wel onderling tot
‘resoneren’. De Lange verbindt hier de conclusie aan dat opvoeders die via ‘de relatie’
met zo’n kind willen werken, nauwelijks iets zullen bereiken. Een veel betere
ingang tot denken en handelen van beroepsopvoeders vormt zijns inziens de peer
group; via leeftijdgenoten kan invloed worden uitgeoefend. Veerman plaatst een
aantal kritische kanttekeningen bij deze visie en zet daartegenover dat hij bij veel
jongeren in Deeskensveld wél mogelijkheden voor ‘deelgenootschap’ en ‘wederkerigheid’
ontwaart. Hij concludeert dat De Lange’s opvattingen vooral ‘… gezien
moeten worden als persoonlijke ervaringen en gedachten’ (p. 61).
Onlangs besprak Goossens3 een nieuwe studie van De Lange uit 2001. In dat
boek komen we dezelfde grondgedachte tegen als in diens publicatie uit 1971. De
recensent stelt dat de auteur zich heeft laten inspireren door de praktijk van de
hulpverlening, hetgeen hij kan ‘billijken’. Zeer kritisch is Goossens daarentegen
over twee zaken: er is geen enkele aansluiting bij de hechtingstheorie, en er is
geen belangstelling voor empirische onderzoeksbevindingen.
Het denkmodel van De Lange, dat wil zeggen de daaruit afgeleide sociogroepsstrategie
(SGS), vormt de belangrijkste hulpverleningsmethode voor jeugdigen
in Den Engh, een justitiële jeugdinrichting voor zwakbegaafde jongeren. Het
proefschrift van Jonker, directeur van Den Engh, handelt over deze aanpak. Na
een historische schets van het werk in justitiële jeugdinrichtingen (hoofdstuk 2)
1 Veerman, J.J. (1977). Als hulp wordt opgelegd. De problematiek rond de hulpverlening in een
orthopedagogisch behandelingsinstituut. Groningen: Wolters-Noordhoff .
2 De Lange, G. (1971). Kinderen zonder thuis in deze wereld. Groningen: Wolters-Noordhoff .
3 Goossens, F.A. (2003). Bespreking van G. de Lange (2001), ‘Relatiegestoorde kinderen: Twee
opvoedingswijzen bij hechtingsstoornissen’, Assen: Van Gorcum. Pedagogiek, 23(2), 156-158."
Het origineel is nog veel langer, maar vooral dit eerste deel is van belang om Martin's traumatische ervaringen te verklaren.
En dan vooral dit deel:
"De kern daarvan is dat bij de in ‘Rekken’ opgenomen
kinderen geen sprake is van wederkerigheid in het contact met volwassenen; zij
zijn fundamenteel relatiegestoord. Tegelijk komen deze kinderen wel onderling tot
‘resoneren’. De Lange verbindt hier de conclusie aan dat opvoeders die via ‘de relatie’
met zo’n kind willen werken, nauwelijks iets zullen bereiken. Een veel betere
ingang tot denken en handelen van beroepsopvoeders vormt zijns inziens de peer
group; via leeftijdgenoten kan invloed worden uitgeoefend."
Kinderen werden "te kijk gezet" en vernederd voor groepsgenoten, als ze iets 'f out' gedaan hadden en deze zogeheten "Socio Groeps Strategie" (SGS-methode)
van die meneer G. de Lange hield tevens in dat de gróép gestraft werd voor de 'fout' van één...
Positieve Gedrags-verandering/beïnvloeding via groeps/leeftijds-genootjes...heette het.
Diezelfde meneer schreef later nog een stuk met de titel: "Relatiegestoorde kinderen..."
Tsja...zeg nou eerlijk: met zó'n behandelmethode kun je daar t0ch op wachten???!!
Ik mag het niet zeggen, maar ik doe het toch:
Wat zou ik die meneer graag eens ontmoeten!!! Ik zou hem zóveel leren over zijn eigen proefschriften en ziekelijke denkwijzen,
dat hij nooooooit meer zou schrijven....
Die hele wereld van kwasi-opvoeders staat bol van vakkenvullers.
Vakkenvullers???
Jawel: vakkenvullers...
Ooit was er iemand, waarschijnlijik een freudiaanse zieke geest, die het woord 'pedagogie' bedacht en daar van alles aan verbond.
Zo had je in no-time socio-pedagogie, ortho-pedagogie, psycho-pedagogie, psycho-sociaal pedagogie en vele, vele andere 'kunstvormen'.
Er kwam ook al gauw een heuse academie, waar je het allemaal kon leren: de Sociaal Academie. En wat leerde je daar?
Jawel: het maken van tabellen. Deze tabellen moest je dan onderverdelen in vakjes. Wat je met die vakjes moest doen?
Simpel: vullen.
Dan kwamen de patiënten, cliënten, bewoners, of..simpelweg: "gevallen". Die moest je dan in de 'juiste' vakjes plaatsen...
En dus: "vakkenvullers". Zo noemden we ze vroeger al en blijkbaar zijn ze tegenwoordig die naam nog steeds waardig.
Helaas, want hoeveel slachtoffers maken deze mensen jaarlijks wel niet in hun nooit aflatende , bijna onwereldse arrogantie en betweterigheid???
Slachtoffers zoals Martin Westerman, "nr. 44".
Mensen, doodgewone mensen, die in hun volwassen leven nog steeds achtervolgd worden door de ellende uit hun jeugd.
Hadden ze het als kinderen tóch al niet gemakkelijk ..werd het hen op internaten en kostscholen zo mogelijk nog moeilijker gemaakt door zogenaamd "progressieve, sociale behandel-methoden"....
Gelukkig behoor ikzelf tot een redelijke groep van mensen, die het best naar hun zin hadden.
Gelukkig heb ik, met heel veel anderen, dergelijke verschrikkingen niet mee hoeven maken.
Nog niet zo heel lang geleden kreeg ik een stuk van Johan over iemand, die ook in het midden van de 60er jaren op Rekken gezeten had. Diegene wist ook ronduit bizarre dingen te vertellen. Dingen, waarvan je bijna zou denken: "Náááhhh......dat zál toch wel niet....??!!?"
Helaas...verreweg de meeste verhalen zijn maar al te waar...!
Met dank aan Martin Westerman ("nr. 44") voor zijn stukje
en aan Johan Dammuller en Jos de Wolf (oud groepsleiders) voor hun bijdrage in deze.
Dinsdag, 16-06-2009
Dinsdag is het nu.
Het is 'alweer' elf dagen geleden dat we in het huwelijk traden.
Het zal je niet verbazen dat ik niet al te veel heb geschreven, want laten we eerlijk zijn:
ik had wel wat beters te doen....................
Maar goed, ik ben er weer en het wordt tijd om te reageren op een bijzondere schrijver,
die een bijzonder stukje schreef.
Verreweg de meesten van jullie weten inmiddels wel, dat ik in m'n tienerjaren op een internaat woonde.
De Rekkense Inrichting heette het en ik heb daar over het algemeen een hele goede tijd gehad, waar ik met plezier
op terugkijk en met even veel plezier over schreef.
Tot voor kort.
Onder "dagboek van vroeger", (hfdstk: Rekkense Inrichting deel 1) liet iemand een reactie achter.
Twee zelfs: eerst een hele korte uitbarsting van woede, 's avonds om 01:53 uur:
"Bernardus Wissink,
een grote luldebehanger.
geen goed woord voorover.
Hij mag God genadig zijn, in mededogen.
Er is ruim voldoende plek op "hun" Rekkense begraafplaats.
no. 44"
Later, om 12:52 uur volgde er nog een reactie, een uitleg over de eerste maar nu wat rustiger:
"Ja beste mensen, het moest er even spontaan uit over die Bernardus (Bernard) Wissink.
Je moet altijd proberen naar het goede in de mens te kijken. Maar van die Bernard W. krijg ik, ná al die jaren nog steeds een wrange smaak in de mond.
Ik leerde B.W. kennen op het paviljoen "de Kienveen". Dat moet zijn geweest in 1970, want mijn laatst jaar bracht ik door op "op den berg".
Wissink hanteerde dicipline en tucht volgens een nieuw agogische formule - de sociogroep-
waarin ieder verantwoordelijk is voor het -wan-gedrag van de andere groeps genoten.
Nou lekker dus als een v/d medebewoners een bedplasser is, moest de hele groep tegenover B.W. verantwoording en uitleg geven. Ben ik mijn broeders hoeder ?
Vanaf de eerste dag boterde het al meteen niet tussen ons. Ik heb nooit in een totalitair
streng regiem gepast, want mijn vrijheid was me toen al heilg.
Wissink zou mij wel even volgens de regels kneden om leren te buigen voor zijn ideeen en
idealen. Zijn visie van destijds was gevoelsmatig niet mijn visie. Tucht en plicht waardoor
ik een rebel werd. Wilde ik niet buigen dan moest ik maar breken. Tot gevolg dat we meerder keren over de grond hebben liggen rollen, vechten dus ! Wat een zwakte en een onvermogen van een volwassen man ( de leider) tegen een kind van dertien jaar.
Hij liet mij sávonds voor mijn bed -in mijn onderbroek- stukken uit de bijbel- oplezen.
Dat was een van de vele strafmaten die B.W. hanteerde.
Je kon mij op drie manieren positief benaderen, met sport, muziek en het gevoel van respekt en dat je op een positieve manier door de leider wordt gezien. Ik beschikte destijds ruim voldoende over kwaliteiten. Ik was uiterst slim, scoorde negens op de L.T.S. in Haaksbergen en ben laterin Amsterdam doorgegaan naar de M.T.S.
Ik was uiterst sportief, en in mijn tijd absoluut de beste in alles op sport gebied en later heb ikvijftien jaar in de hoogste divisie's van het Nederlandse volleybal gespeeld.
En via de muziek ben ik later muziekleraar geworden in het onderwijs.
Dat zag W.B. kennelijk niet. Hij wilde mij een ondergeschikte maken aan zijn totalitaire
militaire regiem en hij de generaal. Nee hoorWissink en ik hebben elkaar nooit gelegen.
Mischien heeft B.W. niet veel later begrepen dat die sociomethode niet werkte. Althans niet in onze groep op Kienveen.
Een naar militant ventje die Wissink.
Met heel veel ander groepsleiders kon ik het uitstekend vinden. Dan Noem ik namen als
Gerard Hanselman, Henny v. Doorn, meneer Buitelaar en een zekere meneer Hartman
en nog een paar ander hele goeie, waarvan ik helaas de naam kwijt ben.
Ik heb van mei 1966 t/m de zomervakantie van 1969 op de Leemcule, Grol, Kienveen en
op de Berg gezeten. Het was voor mij een srafkamp. Twee aan twee, en in de maat naar school. Altijd die overijverige dicipline, goed voor je vorming om terug te keren in de
maatschappij. Sodemieter op. Ik was een normaal kind met een stel gezonde hersens, geen wegloper of notoire dief of achterbaks. Die moet je dus ook normaal behandelen.
IK was de hemel te reik dat ik na vier jaar van detentie weer terug mocht naar mijn ouderlijk huis in Amsterdam. Weer in een normaal gezinsleven.
Weg van die gekken in Rekken. Ik heb het altijd ervaren als een strafkolonie, een gevangenekamp met groepsgenoten die niet bijster slim waren en een hele slechte jeugd
en internaat geschiedenis al achter de kiezen hadden. Dat is mijn gelukkig gespaard gebleven.
Ik ben vorig jaar nog op de plek -des onheils- geweest en heb een interessant gesprek
gehad met Henny en Gretha v. Doorn. Henny is met pensioen en is in het prachtige huis op het internaat blijven wonen. Met hun heb ik zo nu en dan nog kontakt. Lieve mensen
Wissink woont er ook nog steeds, ik zag de inmiddels oude man op zijn motormaaier het
grote grasveld voor zijn riante huis maaien. Kreeg weer die wrange smaak in de mond.
Zo,n oude man zet je niet meer in z'n onderbroek op het grasveld en hem een stuk uit de bijbel laten voorlezen. Zoals ik vroeger moest doen. Even was er die gedachte, maar ben door plankgas doorgereden richting Eibergen, terug naar huis en de vrijheid.
Dat wilde ik even kwijt.
Groeten uit Amsterdam, Martin Westerman en mijn kleding nummer was vierjaar lang 44."
.....................................
Al enige tijd denk ik na over een reactie. Ik wilde graag reageren, maar hoe?
Hoe vertel je iemand dat JIJ wèl een goede tijd hebt gehad en hoe verklaar je het enorme verschil in 'behandeling' ?
Er zaten per slot van rekening maar zeven jaren tussen 'zijn periode' en 'mijn periode' .
Mijn denkwijze tenopzichte van enkele groepsleiders had juist daarom toch enigszins te lijden.
Was het werkelijk zo slecht geweest? Hadden 'ze' deze dingen werkelijk gedaan?
Gistermiddag hadden Johan en ik een jubileum van een groepsleider, die inmiddels 40 jaar in dienst was van wat tegenwoordig "Rentray" heet,
het vroegere "Rekken" .
Met z'n vieren ( Marijke en Grétha waren ook mee) in de auto naar het dorpje Rekken, waar het feest gehouden werd in café Kerkemeier.
Op weg daarheen kwamen we over het terrein van de "Rekkense Inrichting" en bijna alsof het zo moest zijn...
...zagen we Bernhard Wissink op een motormaaier over z'n gazon 'crossen'. Precies, zoals Martin het hierboven beschreef...
Al met al was het een leuke en gezellige middag, met toch af en toe ook een serieuze noot.
Zo ging één van die noten over mijn vraag, hoe het vroeger was.
Ik had van Johan al wel een stuk gekregen dat over deze periode ging, maar ik was er nog niet helemaal over uit.
Nu wel en dus plaats ik het hier:
"Niet opsluiten, maar opvoeden; wat zijn we wijzer geworden?
Erik J. Knorth
Arjen Jonker, Niet opsluiten, maar opvoeden (diss. Groningen), Utrecht: Agiel 2004,
220 blz., ISBN 90 77834 02 8.
Na een aantal bladzijden in het prachtig uitgevoerde boek van Jonker gelezen te
hebben moest ik denken aan twee publicaties: de ene van bijna 30 jaar geleden,
de andere van recente datum. In een proefschrift uit 1977 van de orthopedagoog
Veerman1 wordt verslag gedaan van een programma-evaluatieonderzoek naar de
behandeling in de justitiële jeugdinrichting Deeskensveld, de jongensafdeling van
de Rekkense Inrichtingen, van jongeren met ernstige gedragsproblemen. Daar
werd een visie op behandelen gehanteerd, gebaseerd op werk van De Lange uit
1965 (herziene druk 1971).2 De kern daarvan is dat bij de in ‘Rekken’ opgenomen
kinderen geen sprake is van wederkerigheid in het contact met volwassenen; zij
zijn fundamenteel relatiegestoord. Tegelijk komen deze kinderen wel onderling tot
‘resoneren’. De Lange verbindt hier de conclusie aan dat opvoeders die via ‘de relatie’
met zo’n kind willen werken, nauwelijks iets zullen bereiken. Een veel betere
ingang tot denken en handelen van beroepsopvoeders vormt zijns inziens de peer
group; via leeftijdgenoten kan invloed worden uitgeoefend. Veerman plaatst een
aantal kritische kanttekeningen bij deze visie en zet daartegenover dat hij bij veel
jongeren in Deeskensveld wél mogelijkheden voor ‘deelgenootschap’ en ‘wederkerigheid’
ontwaart. Hij concludeert dat De Lange’s opvattingen vooral ‘… gezien
moeten worden als persoonlijke ervaringen en gedachten’ (p. 61).
Onlangs besprak Goossens3 een nieuwe studie van De Lange uit 2001. In dat
boek komen we dezelfde grondgedachte tegen als in diens publicatie uit 1971. De
recensent stelt dat de auteur zich heeft laten inspireren door de praktijk van de
hulpverlening, hetgeen hij kan ‘billijken’. Zeer kritisch is Goossens daarentegen
over twee zaken: er is geen enkele aansluiting bij de hechtingstheorie, en er is
geen belangstelling voor empirische onderzoeksbevindingen.
Het denkmodel van De Lange, dat wil zeggen de daaruit afgeleide sociogroepsstrategie
(SGS), vormt de belangrijkste hulpverleningsmethode voor jeugdigen
in Den Engh, een justitiële jeugdinrichting voor zwakbegaafde jongeren. Het
proefschrift van Jonker, directeur van Den Engh, handelt over deze aanpak. Na
een historische schets van het werk in justitiële jeugdinrichtingen (hoofdstuk 2)
1 Veerman, J.J. (1977). Als hulp wordt opgelegd. De problematiek rond de hulpverlening in een
orthopedagogisch behandelingsinstituut. Groningen: Wolters-Noordhoff .
2 De Lange, G. (1971). Kinderen zonder thuis in deze wereld. Groningen: Wolters-Noordhoff .
3 Goossens, F.A. (2003). Bespreking van G. de Lange (2001), ‘Relatiegestoorde kinderen: Twee
opvoedingswijzen bij hechtingsstoornissen’, Assen: Van Gorcum. Pedagogiek, 23(2), 156-158."
Het origineel is nog veel langer, maar vooral dit eerste deel is van belang om Martin's traumatische ervaringen te verklaren.
En dan vooral dit deel:
"De kern daarvan is dat bij de in ‘Rekken’ opgenomen
kinderen geen sprake is van wederkerigheid in het contact met volwassenen; zij
zijn fundamenteel relatiegestoord. Tegelijk komen deze kinderen wel onderling tot
‘resoneren’. De Lange verbindt hier de conclusie aan dat opvoeders die via ‘de relatie’
met zo’n kind willen werken, nauwelijks iets zullen bereiken. Een veel betere
ingang tot denken en handelen van beroepsopvoeders vormt zijns inziens de peer
group; via leeftijdgenoten kan invloed worden uitgeoefend."
Kinderen werden "te kijk gezet" en vernederd voor groepsgenoten, als ze iets 'f out' gedaan hadden en deze zogeheten "Socio Groeps Strategie" (SGS-methode)
van die meneer G. de Lange hield tevens in dat de gróép gestraft werd voor de 'fout' van één...
Positieve Gedrags-verandering/beïnvloeding via groeps/leeftijds-genootjes...heette het.
Diezelfde meneer schreef later nog een stuk met de titel: "Relatiegestoorde kinderen..."
Tsja...zeg nou eerlijk: met zó'n behandelmethode kun je daar t0ch op wachten???!!
Ik mag het niet zeggen, maar ik doe het toch:
Wat zou ik die meneer graag eens ontmoeten!!! Ik zou hem zóveel leren over zijn eigen proefschriften en ziekelijke denkwijzen,
dat hij nooooooit meer zou schrijven....
Die hele wereld van kwasi-opvoeders staat bol van vakkenvullers.
Vakkenvullers???
Jawel: vakkenvullers...
Ooit was er iemand, waarschijnlijik een freudiaanse zieke geest, die het woord 'pedagogie' bedacht en daar van alles aan verbond.
Zo had je in no-time socio-pedagogie, ortho-pedagogie, psycho-pedagogie, psycho-sociaal pedagogie en vele, vele andere 'kunstvormen'.
Er kwam ook al gauw een heuse academie, waar je het allemaal kon leren: de Sociaal Academie. En wat leerde je daar?
Jawel: het maken van tabellen. Deze tabellen moest je dan onderverdelen in vakjes. Wat je met die vakjes moest doen?
Simpel: vullen.
Dan kwamen de patiënten, cliënten, bewoners, of..simpelweg: "gevallen". Die moest je dan in de 'juiste' vakjes plaatsen...
En dus: "vakkenvullers". Zo noemden we ze vroeger al en blijkbaar zijn ze tegenwoordig die naam nog steeds waardig.
Helaas, want hoeveel slachtoffers maken deze mensen jaarlijks wel niet in hun nooit aflatende , bijna onwereldse arrogantie en betweterigheid???
Slachtoffers zoals Martin Westerman, "nr. 44".
Mensen, doodgewone mensen, die in hun volwassen leven nog steeds achtervolgd worden door de ellende uit hun jeugd.
Hadden ze het als kinderen tóch al niet gemakkelijk ..werd het hen op internaten en kostscholen zo mogelijk nog moeilijker gemaakt door zogenaamd "progressieve, sociale behandel-methoden"....
Gelukkig behoor ikzelf tot een redelijke groep van mensen, die het best naar hun zin hadden.
Gelukkig heb ik, met heel veel anderen, dergelijke verschrikkingen niet mee hoeven maken.
Nog niet zo heel lang geleden kreeg ik een stuk van Johan over iemand, die ook in het midden van de 60er jaren op Rekken gezeten had. Diegene wist ook ronduit bizarre dingen te vertellen. Dingen, waarvan je bijna zou denken: "Náááhhh......dat zál toch wel niet....??!!?"
Helaas...verreweg de meeste verhalen zijn maar al te waar...!
Met dank aan Martin Westerman ("nr. 44") voor zijn stukje
en aan Johan Dammuller en Jos de Wolf (oud groepsleiders) voor hun bijdrage in deze.
Dagboek deel 088 Vragen, antwoorden en veranderingen.
donderdag 21-05-2009
Goeiedag...
Hé, jij daar!
Ik zei "Goeiedag!"
Zeg eens even wat terug!
..Goed zo! Zó hoort het!
Is het al weer donderdag....
Vandaag een dagje vrij en dan "mag" ik weer werken.
Wat heb ik toch een geweldige baas, hè? Dat ik zómaar mag komen werken.
Nou......DAT IS HELEMAAL NIET GEWELDIG!!!
Een baas, die me vertelt dat ik betaald mag thuis blijven....DAT IS GEWELDIG!!
Maar ja...waar vind je zo'n baas???
En dus: 'sappel'n zul je...tot je er bij neervalt...!'
Afijn, zo keuvel ik lekker door, zonder ook echt iets te vertellen te hebben.
Maar: wie weet komt dat misschien nog wel terwijl ik schrijf.
Zó zat ik vorige week te schrijven en zó is er zomaar opeens weer een week voorbij, zonder één woord op 'papier' gezet te hebben....
Hoe dat kan? Och...gewoon...Een beetje veel aan m'n hoofd, zullen we maar zeggen.
Niets slechts hoor, dus maak je geen zorgen! Gewoon een beetje 'plankenkoorts'...
Gistermorgen heb ik de bruidsbloemen besteld. Het bruidsboeket en de bloemen voor op de auto.
Natuurlijk voor alle zekerheid schoonzusje even gebeld mbt de kleuren. (die moeten natuurlijk wèl bij de bruidskleding passen.)
En morgen? Trouw-joggingbroek-met T-shirt ophalen...
...
Mijn lief en ik praten erg veel met elkaar. Over van alles en nog wat. En dus ook over mijn schrijven.
Inmiddels weet ze, dat mijn schrijven erg veel tijd in beslag neemt. Nu denken jullie misschien: "Hoezo? Je hebt al een week niets meer geschreven!"
Maar zo werkt het toch niet helemaal. Heel vaak komt het voor, dat ik met iets in mijn hoofd zit en dat schrijf ik dan op. Ik denk er over na, verander wat, lees het nog eens over, voeg wat toe en haal wat weg en schrijf nog meer.....en leg het weg. Denk daarbij eens aan een schilder, die een mooi doek wil maken. Hij is er dagen mee bezig, verandert het, laat het rusten, gaat er weer bezig, voegt wat toe, legt het weer weg...totdat het moment gekomen is, dat hij het doek moet loslaten. Z'n werk moet loslaten, zodat het in deze wereld z'n 'eigen leven' kan gaan leiden.
Zo is het ook bij mij in mijn schrijven.
Ik kwam gisteravond thuis van de middagdienst toen tegen 22:30 Grétha belde. We praatten wat en op een gegeven moment zei ze: "Je hebt al zes dagen niets meer aan je site gedaan! Wordt het niet eens tijd dat je weer gaat schrijven??" Ik keek even op de site en zag idd dat mijn laatste posting op 14 mei was.
Ben ik dan misschien niet meer zo bezig met de site? Of met mijn geloof? Of ben ik niet meer zo bezig met mijn geloofsbeleving óp te schrijven? Zeker wel! Alleen nemen momenteel andere zaken een praktische voorrang. Maar dat zegt niets over mijn gevoelens omtrent mijn geloof of over mijn schrijfdrang.
Integendeel! Bijna alles wat ik doe, heeft hetzij direct, danwel indirect met mijn geloof of geloofsbeleving te maken en bijna alles schrijf ik op.
Simpele, losse stukjes, die ogenschijnlijk niet bij elkaar horen, en elke noemenswaardige gedachtengang schrijf ik op om het te overdenken en uit te werken. En die losse stukjes verdwijnen in het digitale archief, dat "pc-schijf" heet.
...
Al diverse malen heb ik van mensen gehoord:
"waarom geloof jij'?"
"wát geloof jij? "
"hoe komt het dat jij wel gelooft maar je familie niet?"
"hoe komt het dat je eerst niet geloofde en nú wel?"
Wel, wát ik geloof, moge duidelijk zijn: dat Jezus Christus de Zoon van God is en gestorven is voor onze fouten (zonden) en de dood (definitieve einde) heeft overwonnen voor ons, zodat wij eeuwig leven kunnen krijgen (paradijs).
Waaróm ik geloof? Simpel: omdat ik ervaren heb in mijn eigen persoonlijke leven, dat God niet een uit de duim gezogen sprookje is, maar ook daadwèrkelijk bestaat en mijn leven wel degelijk kan beïnvloeden en hééft beïnvloed!
Hoe het komt dat ík wel geloof en mijn familie niet? Ook relatief eenvoudig: ík heb de bewúste keuze gemaakt om Hem te zoeken. ECHT te zoeken, zonder me af te laten leiden door evt. andere zaken, zoals wereldwijde armoede, ziekte, oorlog en wat dies meer zij. En toen ik Hem vond (lees: toen Hij mij eindelijk kon bereiken) liet ik Hem toe zonder vooraf vragen en/of voorwaarden te stellen. Gewoon, heel gewoon: hier, op deze plek, achter mijn toetsen, vroeg ik: "Als U het ècht bent, als U wèrkelijk achter mij staat, open ik nu mijn hart en mijn alles voor U.."
Tsja..en tóén gebeurde het, hè? Wat? Ach...hoe moet ik dat in menselijke bewoordingen uitdrukken? Er gebeurde zóveel tegelijk...!
Zo schreef ik laatst over die "molensteen, die van je afvalt" en wat dat met je doet.
En dan die groei, die er mag zijn. Het is echt geweldig om te zien! En juist door de dingen zoals ze mij overkomen, op te schrijven, ontdek ik die groei. Ik zie waar de Here God mijn gebeden verhoord heeft. Al teruglezende zie ik waar het bij mij (nog steeds) aan schort. Waar ik aan moet werken, of waar ik echt in gegroeid ben. Zo schreef ik een poos geleden eens over 'mijn boekje' . Een kleinnood, waarin ik mijn gebeden aan de Here God opschrijf. Nú schrijf ik er weer in, maar dat is ook lange tijd niet het geval geweest. Toen ik het eindelijk weer eens in de handen kreeg las ik dingen over mijzelf . Vragen aan de Here God om allerhande zaken. En ik kan met een oprecht hart zeggen, dat verre-verreweg de meeste van die vragen ook ècht beantwoord zijn!
Nee...ik bedoel niet, dat verreweg de meeste gebeden verhoord zijn...
Integendeel: veel gebeden zijn inderdaad verhoord, maar ook heel veel niet!
Nee, ik praat meer over 'antwoorden'. Antwoorden over/op mijn eigen persoonlijke vragen. Juist dát is voor mij van bijna vitaal belang: het leren begrijpen van God's bedoeling in/met mijn leven. Het leren kennen van Zijn bedoeling met mijn "waarom". 'Waarom' ben ik hier? Waarom heb ik de dingen meegemaakt, díé ik heb meegemaakt? 'Waarom' moest het zolang duren, voor Hij bepaalde zaken duidelijk maakte? Welk doel heeft Hij met mijn schrijven? Waarom voel ik die vaak niet te weerstane drang om 'te delen', op te schrijven wat ik voel? Waarom schrijf ik dit uberhaubt? Welk nut heeft het? Wat heeft mijn schrijven eigenlijk voor zin? Verdwijnt het niet simpelweg ergens in cyberspace, waar het nooit meer gelezen en dus vergeten wordt?
En nog zovele vragen meer...
Nee, mijn lieve Here Jezus, die ALLE macht heeft, heeft bij lange na niet ál mijn gebeden verhoord en ook zéker niet ál mijn vragen beantwoord, maar Hij heeft wèl zoveel vragen beantwoord dat ik me gesterkt en gesteund mag weten in mijn geloof. Het is nl. zo dat iedere gelovige, mits hij/zij de juiste vragen stelt èn ín geloof, ALTIJD antwoord krijgt. Ik denk alleen: als we dan tóch vragen, moeten we ook leren te lúísteren naar het ántwoord.
Uhh...luisteren..?? Momentje...ik ben NU weer even met een ander aan het praten...
"Je vraagt me iets..ik denk erover na en geef je antwoord......maar je luistert niet..je hoort me niet meer..", zegt de Here God.
Mijn vaste lezers weten het inmiddels wel: ik heb een engelengeduld van maar liefst 5 miliseconden en dus moet bij mij alles nu, direct, onmiddelijk, meteen, subiet...en wèl nú! Maar ja...zo werkt de Here God nu eenmaal niet! Alles dat móét gebeuren, gebeurt op ZIJN manier en op ZIJN tijdstip! Pfff....! Dat vergt geduld..heel veel geduld, ennuhh..daar heb ik, geloof ik, niet al teveel van......
Dat betekent maar al te vaak een hoop tweestrijd en een heleboel twijfel! Heb ik het wel goed gedaan? Heeft de Here God mij wel aangehoord? Heb ik wel om de juiste dingen gevraagd? Ben ik niet te voorbarig? Of te ijdel? Of te hooghartig? Verwacht ik misschien teveel van Hem? Heb ik misschien iets gevraagd, dat mij niet toekomt? Waar ik geen recht op heb? Was mijn geloof niet groot genoeg?
Je ziet het al, lieve lezer: vragen te over! Op elk antwoord van Hem vormen zich weer tien vragen, maarrr.....
èlk antwoord van de Here God over de zin van mijn leven en alles dat daarin is gebeurd en nog gebeurt, heeft mij een heleboel dingen doen begrijpen over mijn eigen, persoonlijke leven en God's bedoeling daarmee.
Zo zie ik nu de 'waarde' van mijn huidaandoening, mijn gevoelens daaromtrent. Ik zie en ervaar nu dat ik van waarde ben voor mensen die, in het geheim (díé lichaamsdelen bedekkend), lijden aan dezelfde aandoening, en zich gesterkt en bemoedigd voelen door mijn houding.
En evenzo zie ik de 'waarde' van mijn schrijven, waar mensen zich via mijn e-mailadres, gastenboek of 'colums' melden met soortgelijke of andere, bijzondere, ervaringen. En ik kan je verzekeren, lieve lezer, het is een zegen om te mogen ervaren, dat je een lampje mag zijn in iemands duisternis. In mijn geval gaat het misschien nog maar om een heel klein lampje, maar ík denk dat het niet gaat om de grootte van de vlam, maar om de warmte die ervan uitgaat.
Dát is niet mijn eigen verdienste , integendeel. Oh ja..ik sta ervoor open en het is mijn wens om dienstbaar te zijn en van waarde te zijn voor anderen, maar...ik ben me ervan bewust dat het de Here God is, die ongelooflijke dingen in mij doet en maakt ik ook geschikt wordt voor datgene, wat Hij voor mij in petto heeft . Zonder mij echt te veranderen, maakt Hij mij zo zachtmoedig en stukje bij beetje zó geduldig, als op dát moment nodig is. Zonder mij echt rigoreus te veranderen, als een soort van totale metamorfose, maakt Hij mij nu eens hier, dan weer eens daar nèt even een beetje beter dan ik was. Gebruikmakend van mijn overgave aan Hem, verandert hij mijn inzichten, geeft Hij mij wijsheid in de dingen die voor HEM belangrijk zijn in mijn leven. En het is telkens weer overweldigend om te ervaren hoe dicht Hij bij mij is, hoe vóélbaar Hij is...
Johan en ik noemen onszelf wel eens een 'mensenmens'. Ontvankelijk voor de intieme en vaak diepgaande gesprekken met anderen, in een prettige, gezellige sfeer. Zonder de ernst van een gesprek uit het oog te verliezen. Humor mag er zijn, móét er zijn, maar nooit tenkoste ván.
Is dat een eigenschap van mijzelf? Of heeft de Here God die zachtmoedigheid in mij gelegd? Neem maar van mij aan dat het laatste het geval is!!! Getuige mijn "engelengeduld"!!
Zo zie je maar, lieve lezer, hoe God mensen kan veranderen!
Je hóéft het niet te geloven, maar als je èrgens, heel diep van binnen het verlangen hebt om het te onderzoeken...Laat je dan vooral niet weerhouden!!!
Ik heb me niet laten weerhouden. Vrienden/kennissen betekenen veel voor me, maar ik GING ervoor. Ik wilde het nu eens weten: was het waar of berustte dat hele geloof alleen maar op een sprookje..???
Op 7 november 2007 kwam ik tot bekering. Een woesteling, met een geduld van 0, 0000004 miliseconden. Dat is inmiddels bijna 5 heuse miliseconden! Er is dus wel dégelijk vooruitgang! En niet alleen in dát ene opzicht....
Maar ook:
Over precies twee weken wil ik, kan ik, maar bovenal mág ik trouwen met een kind van de Heer.
Heb ik dat verdiend? Nee.. Dat is liefde.. Liefde van de Here God voor mij.
Had ik ooit gedacht dat het misschien nog een keer zover zou komen? NEVER!!!!! Het zou zelfs niet in mij opgekomen zijn!
Als je 'het' niet gelooft, geloof dan MIJ! God verandert werkelijk mensen!!
"God houdt van jou zoals je bent,
maar Hij houdt te veel van jou om je zo te laten....
Sebo
donderdag 21-05-2009
Goeiedag...
Hé, jij daar!
Ik zei "Goeiedag!"
Zeg eens even wat terug!
..Goed zo! Zó hoort het!
Is het al weer donderdag....
Vandaag een dagje vrij en dan "mag" ik weer werken.
Wat heb ik toch een geweldige baas, hè? Dat ik zómaar mag komen werken.
Nou......DAT IS HELEMAAL NIET GEWELDIG!!!
Een baas, die me vertelt dat ik betaald mag thuis blijven....DAT IS GEWELDIG!!
Maar ja...waar vind je zo'n baas???
En dus: 'sappel'n zul je...tot je er bij neervalt...!'
Afijn, zo keuvel ik lekker door, zonder ook echt iets te vertellen te hebben.
Maar: wie weet komt dat misschien nog wel terwijl ik schrijf.
Zó zat ik vorige week te schrijven en zó is er zomaar opeens weer een week voorbij, zonder één woord op 'papier' gezet te hebben....
Hoe dat kan? Och...gewoon...Een beetje veel aan m'n hoofd, zullen we maar zeggen.
Niets slechts hoor, dus maak je geen zorgen! Gewoon een beetje 'plankenkoorts'...
Gistermorgen heb ik de bruidsbloemen besteld. Het bruidsboeket en de bloemen voor op de auto.
Natuurlijk voor alle zekerheid schoonzusje even gebeld mbt de kleuren. (die moeten natuurlijk wèl bij de bruidskleding passen.)
En morgen? Trouw-joggingbroek-met T-shirt ophalen...
...
Mijn lief en ik praten erg veel met elkaar. Over van alles en nog wat. En dus ook over mijn schrijven.
Inmiddels weet ze, dat mijn schrijven erg veel tijd in beslag neemt. Nu denken jullie misschien: "Hoezo? Je hebt al een week niets meer geschreven!"
Maar zo werkt het toch niet helemaal. Heel vaak komt het voor, dat ik met iets in mijn hoofd zit en dat schrijf ik dan op. Ik denk er over na, verander wat, lees het nog eens over, voeg wat toe en haal wat weg en schrijf nog meer.....en leg het weg. Denk daarbij eens aan een schilder, die een mooi doek wil maken. Hij is er dagen mee bezig, verandert het, laat het rusten, gaat er weer bezig, voegt wat toe, legt het weer weg...totdat het moment gekomen is, dat hij het doek moet loslaten. Z'n werk moet loslaten, zodat het in deze wereld z'n 'eigen leven' kan gaan leiden.
Zo is het ook bij mij in mijn schrijven.
Ik kwam gisteravond thuis van de middagdienst toen tegen 22:30 Grétha belde. We praatten wat en op een gegeven moment zei ze: "Je hebt al zes dagen niets meer aan je site gedaan! Wordt het niet eens tijd dat je weer gaat schrijven??" Ik keek even op de site en zag idd dat mijn laatste posting op 14 mei was.
Ben ik dan misschien niet meer zo bezig met de site? Of met mijn geloof? Of ben ik niet meer zo bezig met mijn geloofsbeleving óp te schrijven? Zeker wel! Alleen nemen momenteel andere zaken een praktische voorrang. Maar dat zegt niets over mijn gevoelens omtrent mijn geloof of over mijn schrijfdrang.
Integendeel! Bijna alles wat ik doe, heeft hetzij direct, danwel indirect met mijn geloof of geloofsbeleving te maken en bijna alles schrijf ik op.
Simpele, losse stukjes, die ogenschijnlijk niet bij elkaar horen, en elke noemenswaardige gedachtengang schrijf ik op om het te overdenken en uit te werken. En die losse stukjes verdwijnen in het digitale archief, dat "pc-schijf" heet.
...
Al diverse malen heb ik van mensen gehoord:
"waarom geloof jij'?"
"wát geloof jij? "
"hoe komt het dat jij wel gelooft maar je familie niet?"
"hoe komt het dat je eerst niet geloofde en nú wel?"
Wel, wát ik geloof, moge duidelijk zijn: dat Jezus Christus de Zoon van God is en gestorven is voor onze fouten (zonden) en de dood (definitieve einde) heeft overwonnen voor ons, zodat wij eeuwig leven kunnen krijgen (paradijs).
Waaróm ik geloof? Simpel: omdat ik ervaren heb in mijn eigen persoonlijke leven, dat God niet een uit de duim gezogen sprookje is, maar ook daadwèrkelijk bestaat en mijn leven wel degelijk kan beïnvloeden en hééft beïnvloed!
Hoe het komt dat ík wel geloof en mijn familie niet? Ook relatief eenvoudig: ík heb de bewúste keuze gemaakt om Hem te zoeken. ECHT te zoeken, zonder me af te laten leiden door evt. andere zaken, zoals wereldwijde armoede, ziekte, oorlog en wat dies meer zij. En toen ik Hem vond (lees: toen Hij mij eindelijk kon bereiken) liet ik Hem toe zonder vooraf vragen en/of voorwaarden te stellen. Gewoon, heel gewoon: hier, op deze plek, achter mijn toetsen, vroeg ik: "Als U het ècht bent, als U wèrkelijk achter mij staat, open ik nu mijn hart en mijn alles voor U.."
Tsja..en tóén gebeurde het, hè? Wat? Ach...hoe moet ik dat in menselijke bewoordingen uitdrukken? Er gebeurde zóveel tegelijk...!
Zo schreef ik laatst over die "molensteen, die van je afvalt" en wat dat met je doet.
En dan die groei, die er mag zijn. Het is echt geweldig om te zien! En juist door de dingen zoals ze mij overkomen, op te schrijven, ontdek ik die groei. Ik zie waar de Here God mijn gebeden verhoord heeft. Al teruglezende zie ik waar het bij mij (nog steeds) aan schort. Waar ik aan moet werken, of waar ik echt in gegroeid ben. Zo schreef ik een poos geleden eens over 'mijn boekje' . Een kleinnood, waarin ik mijn gebeden aan de Here God opschrijf. Nú schrijf ik er weer in, maar dat is ook lange tijd niet het geval geweest. Toen ik het eindelijk weer eens in de handen kreeg las ik dingen over mijzelf . Vragen aan de Here God om allerhande zaken. En ik kan met een oprecht hart zeggen, dat verre-verreweg de meeste van die vragen ook ècht beantwoord zijn!
Nee...ik bedoel niet, dat verreweg de meeste gebeden verhoord zijn...
Integendeel: veel gebeden zijn inderdaad verhoord, maar ook heel veel niet!
Nee, ik praat meer over 'antwoorden'. Antwoorden over/op mijn eigen persoonlijke vragen. Juist dát is voor mij van bijna vitaal belang: het leren begrijpen van God's bedoeling in/met mijn leven. Het leren kennen van Zijn bedoeling met mijn "waarom". 'Waarom' ben ik hier? Waarom heb ik de dingen meegemaakt, díé ik heb meegemaakt? 'Waarom' moest het zolang duren, voor Hij bepaalde zaken duidelijk maakte? Welk doel heeft Hij met mijn schrijven? Waarom voel ik die vaak niet te weerstane drang om 'te delen', op te schrijven wat ik voel? Waarom schrijf ik dit uberhaubt? Welk nut heeft het? Wat heeft mijn schrijven eigenlijk voor zin? Verdwijnt het niet simpelweg ergens in cyberspace, waar het nooit meer gelezen en dus vergeten wordt?
En nog zovele vragen meer...
Nee, mijn lieve Here Jezus, die ALLE macht heeft, heeft bij lange na niet ál mijn gebeden verhoord en ook zéker niet ál mijn vragen beantwoord, maar Hij heeft wèl zoveel vragen beantwoord dat ik me gesterkt en gesteund mag weten in mijn geloof. Het is nl. zo dat iedere gelovige, mits hij/zij de juiste vragen stelt èn ín geloof, ALTIJD antwoord krijgt. Ik denk alleen: als we dan tóch vragen, moeten we ook leren te lúísteren naar het ántwoord.
Uhh...luisteren..?? Momentje...ik ben NU weer even met een ander aan het praten...
"Je vraagt me iets..ik denk erover na en geef je antwoord......maar je luistert niet..je hoort me niet meer..", zegt de Here God.
Mijn vaste lezers weten het inmiddels wel: ik heb een engelengeduld van maar liefst 5 miliseconden en dus moet bij mij alles nu, direct, onmiddelijk, meteen, subiet...en wèl nú! Maar ja...zo werkt de Here God nu eenmaal niet! Alles dat móét gebeuren, gebeurt op ZIJN manier en op ZIJN tijdstip! Pfff....! Dat vergt geduld..heel veel geduld, ennuhh..daar heb ik, geloof ik, niet al teveel van......
Dat betekent maar al te vaak een hoop tweestrijd en een heleboel twijfel! Heb ik het wel goed gedaan? Heeft de Here God mij wel aangehoord? Heb ik wel om de juiste dingen gevraagd? Ben ik niet te voorbarig? Of te ijdel? Of te hooghartig? Verwacht ik misschien teveel van Hem? Heb ik misschien iets gevraagd, dat mij niet toekomt? Waar ik geen recht op heb? Was mijn geloof niet groot genoeg?
Je ziet het al, lieve lezer: vragen te over! Op elk antwoord van Hem vormen zich weer tien vragen, maarrr.....
èlk antwoord van de Here God over de zin van mijn leven en alles dat daarin is gebeurd en nog gebeurt, heeft mij een heleboel dingen doen begrijpen over mijn eigen, persoonlijke leven en God's bedoeling daarmee.
Zo zie ik nu de 'waarde' van mijn huidaandoening, mijn gevoelens daaromtrent. Ik zie en ervaar nu dat ik van waarde ben voor mensen die, in het geheim (díé lichaamsdelen bedekkend), lijden aan dezelfde aandoening, en zich gesterkt en bemoedigd voelen door mijn houding.
En evenzo zie ik de 'waarde' van mijn schrijven, waar mensen zich via mijn e-mailadres, gastenboek of 'colums' melden met soortgelijke of andere, bijzondere, ervaringen. En ik kan je verzekeren, lieve lezer, het is een zegen om te mogen ervaren, dat je een lampje mag zijn in iemands duisternis. In mijn geval gaat het misschien nog maar om een heel klein lampje, maar ík denk dat het niet gaat om de grootte van de vlam, maar om de warmte die ervan uitgaat.
Dát is niet mijn eigen verdienste , integendeel. Oh ja..ik sta ervoor open en het is mijn wens om dienstbaar te zijn en van waarde te zijn voor anderen, maar...ik ben me ervan bewust dat het de Here God is, die ongelooflijke dingen in mij doet en maakt ik ook geschikt wordt voor datgene, wat Hij voor mij in petto heeft . Zonder mij echt te veranderen, maakt Hij mij zo zachtmoedig en stukje bij beetje zó geduldig, als op dát moment nodig is. Zonder mij echt rigoreus te veranderen, als een soort van totale metamorfose, maakt Hij mij nu eens hier, dan weer eens daar nèt even een beetje beter dan ik was. Gebruikmakend van mijn overgave aan Hem, verandert hij mijn inzichten, geeft Hij mij wijsheid in de dingen die voor HEM belangrijk zijn in mijn leven. En het is telkens weer overweldigend om te ervaren hoe dicht Hij bij mij is, hoe vóélbaar Hij is...
Johan en ik noemen onszelf wel eens een 'mensenmens'. Ontvankelijk voor de intieme en vaak diepgaande gesprekken met anderen, in een prettige, gezellige sfeer. Zonder de ernst van een gesprek uit het oog te verliezen. Humor mag er zijn, móét er zijn, maar nooit tenkoste ván.
Is dat een eigenschap van mijzelf? Of heeft de Here God die zachtmoedigheid in mij gelegd? Neem maar van mij aan dat het laatste het geval is!!! Getuige mijn "engelengeduld"!!
Zo zie je maar, lieve lezer, hoe God mensen kan veranderen!
Je hóéft het niet te geloven, maar als je èrgens, heel diep van binnen het verlangen hebt om het te onderzoeken...Laat je dan vooral niet weerhouden!!!
Ik heb me niet laten weerhouden. Vrienden/kennissen betekenen veel voor me, maar ik GING ervoor. Ik wilde het nu eens weten: was het waar of berustte dat hele geloof alleen maar op een sprookje..???
Op 7 november 2007 kwam ik tot bekering. Een woesteling, met een geduld van 0, 0000004 miliseconden. Dat is inmiddels bijna 5 heuse miliseconden! Er is dus wel dégelijk vooruitgang! En niet alleen in dát ene opzicht....
Maar ook:
Over precies twee weken wil ik, kan ik, maar bovenal mág ik trouwen met een kind van de Heer.
Heb ik dat verdiend? Nee.. Dat is liefde.. Liefde van de Here God voor mij.
Had ik ooit gedacht dat het misschien nog een keer zover zou komen? NEVER!!!!! Het zou zelfs niet in mij opgekomen zijn!
Als je 'het' niet gelooft, geloof dan MIJ! God verandert werkelijk mensen!!
"God houdt van jou zoals je bent,
maar Hij houdt te veel van jou om je zo te laten....
Sebo
Dagboek deel 087 Over groeien, bloeien en molenstenen
woensdag, 13-05-2009
En zo zit ik hier dan...
Bijna getrouwd, met alle voorbereidingen, die daarbij komen kijken.
Terwijl ik de dingen overdenk, zie ik mijzelf.
Ik zie mijzelf, bijna 47 jaar oud. Hoe ik ooit was, wat er allemaal gebeurd is in mijn leven en wat er veranderd is.
Laatst schreef ik, dat ik gevoelsmatig nog steeds dezelfde persoon ben, dat ik nog steeds hetzelfde 'voel'. Wat kan er dan veranderd zijn...?
Ikzelf? In welke zin?
Ik denk even terug. Terug in de tijd...
"Alweer?"
Ja! ..Alwéér ja..!
Men zegt wel eens: "je moet niet achterom kijken.", maar ik ben er zeker van dat dat in bepaalde situaties juist heel goed en belangrijk kan zijn.
Ik schreef vanavond een reactie aan één van mijn lezers en noemde daarbij enkele dagboek-delen.
Naderhand dacht ik: "Kom, laat ik die ouwe delen nog eens overlezen.." en al lezende werd ik volledig in beslag genomen door twee bepaalde delen, deel 33 en deel 36. Voor mijzelf heel belangrijke dagboekdelen.
Het was 9 december, 2007 (deel 33). Nog maar net een maand daarvoor had ik mijn leven in de handen van Jezus gelegd.
En ik kan je vertellen, lieve lezer...het was een hektische tijd. In praktische zin, maar vooral in emotionele zin! De woede-aanvallen waren bepaald niet van de lucht! Er hoefde maar íéts te gebeuren, of ik ontplofte volledig!
Maar terwijl ik las, proefde ik ook eenzaamheid. Intense eenzaamheid, omdat ik niemand had, met wie ik mijn nog zo prille geloof kon delen. Iemand die mij kon steunen, bemoedigen. Ik had zo iemand niet. Mijn hele wereld bestond uit niet-gelovigen en dus was er niemand, die ook geloofde en mij kon aanmoedigen om vol te houden; vast te houden aan wat God begonnen was en te bieden had. Hoe ongelooflijk kwetsbaar is het mosterdzaadje van geloof dat net gezaaid is, maar niet voldoende 'onderhoud' krijgt?
Ik lees het in deel 33...
Er was niemand. Ik was alleen, en in mijn eentje tot geloof gekomen. Zonder aanmoediging, hulp, of begeleiding (nazorg). Uberhaupt zonder tusenkomst of medewerking van andere mensen. De enige moréle steun die ik had, kwam van zus Heidi, broer Bert en van Johan. De rest van "digitale personen", mensen op het internet en daar moest ik het in geloofsmatige zin dan ook van hebben. Bijzonder waardevol, dat wel. Maar ja...wat heb je daaraan in de echte wereld? Wat heb je daar aan als je in de harde werkelijkheid van de maatschappij geconfronteerd wordt met je eigen zwakheid en kleinheid van je geloof en er is niemand die je optilt en zegt: "..vertrouw..! Kom, laten we bidden."
Ja ik was gelukkig, maar tegelijk ook zo intens eenzaam. Eenzaam in mijn geloof...
Hoe moeilijk was het vaak, om vol te houden; stand te houden? Al vanaf het eerste moment draag ik een paar kaartjes bij me op het werk, die ik zelf gemaakt had: één met op de achterkant de geestelijke wapenrusting van Efe.6, en één met de vrucht van de Geest, Galaten 5.
Deze twee kaartjes waren mijn houvast als ik op mijn werk was en hoevaak heb ik ze niet even in de handen gehad, of even de hand op die broekzak gehad, waar ze inzaten? Wat een steun heb ik, zeker in die eerste periode, aan die twee kaartjes beleefd!
En dan deel 36. Hoe eenzaam heb ik me niet gevoeld? Oh ja..ik vertelde en schreef er wel over, maar hóé diep gaan je gevoelens, als je beseft dat je in feite geen ouders hebt gehad? Hoe anders en waarschijnlijk catastrofaal zou die ontdekking geweest zijn, als ik niet geloofd had? Als God mij niet beschermd had? Niets, helemaal niets gaat boven Zijn bescherming, en al denken velen dat die bescherming vooral fisiek zou moeten zijn, ík weet beter dan dat. Ik heb Hem mogen ervaren van zo griezelig dichtbij, dat ik het idee had Hem aan te kunnen raken!
En kijk nu eens.....!!!
Kijk eens, waar ik nu, op dít moment sta!
Ik kijk even (als een soort van 'examen') naar mijzelf, met als referentie Galaten 5:22-23.
Als ik kijk naar de vrucht van de Geest, ben ik dan gegroeid? Is er 'verbetering', verandering in positieve zin?
Ben ik daar, waar de Here God mij wil hebben? Nee! Zeker niet!! Maar ik ben blijkbaar wèl zoveel gegroeid, dat woede uit onvrede, teleurstelling, haat of ongeduld omgekeerd is in acceptatie van een situatie; dat de onrust is verdwenen en plaats gemaakt heeft voor rust. Ik ben blijkbaar wèl zoveel gegroeid, dat God mij goed genoeg vindt voor één van Zijn kinderen om met haar te mogen trouwen..
Nee, helemáál 'goed genoeg' zal ik nooit bereiken, maar in mijn groei ben ik goed genoeg om telkens opnieuw weer èrgens in te mogen bloeien! En het moge duidelijk zijn: groeien is één ding, maar om ook daadwerkelijk te kunnen blóéíen heb ik het nodig om zo af en toe, zo hier en daar wat eens 'bijgesnoeid' te worden. Soms doet dat wat pijn. Soms fisiek, meestal emotioneel.
Maar ik weet, terugkijkend naar Dagboek deel 33 en 36, dat die positieve groei er is!
Refererend aan Galaten 5, de vrucht van de Geest en terugkijkend naar 'toen', kan ik met een schoon en gerust geweten zeggen uit eigen ervaring: ik zíé die groei en ontwikkeling! Soms (meestal) merk je er niets van, maar het is er! In theoretische zin èn in praktische zin. Voor mijzelf betekende dat: rust, ietwat anders leven, bijbelkennis, houding t.o.v. sommige dingen en nog zoveel meer. Mensen zeggen wel eens: "Je bent veranderd. Ik weet niet wat er is, maar er is iets veranderd. Je bent 'anders' geworden..." Enkelen vinden dat maar niets, maar de meeste mensen juichen het toe. Onder hen zelfs mensen die zelf niet geloven!
Als je in alle oprechtheid, zonder vooraf gestelde 'voorwaarden' aan God vraagt om in jouw leven te komen, èn daar dan ook werkelijk je hart voor opent, nou dan...
Dan gebeuren er werkelijk mooiere dingen dan je je ooit zou kunnen voorstellen!!
Zo vergelijk ik mijzelf naar anderen toe wel eens met een baby. Een baby, die geboren is met een klein molensteentje om z'n nekje. Naarmate die baby groeit, groeit die molensteen mee. Eigenlijk heb je het niet eens in de gaten. Je bent dat gewicht om je nek, op je schouders gewend. Je weet niet beter. Het 'hoort' gewoon bij jou...
Totdat je op een dag, net als ik, je leven in Jezus' handen legt. Zomaar..valt er dan opeens iets van je af, wat je altijd bij je gedragen hebt, wat jou als volwassenen af en toe zo vreselijk 'levensmoe' maakt. Zó moe van het leven, dat je het niet erg zou vinden, als je op een dag gewoon in slaap zou vallen en niet meer wakker zou worden. Zo moe van je eigen emoties, je gevoelens en herinneringen, dat je het liefst alles zou vergeten, zelfs wie je bent...
Als díé molensteen eenmaal van je afvalt, voel je je zó vederlicht, dat je zult denken dat je boven alles uitzweeft. Je zult je erover verbazen, dat je je altijd om zoveel dingen druk hebt gemaakt, die eigenlijk zó onbelangrijk zijn voor jouw eigen persoonlijke leven.
IK heb het mogen beleven. Ik ben die baby, die als volwassene God in z'n leven heeft gevraagd. En die molensteen?
Die was zomaar, opeens verdwenen. Wat er voor in de plaats kwam was de wil om vandaar te groeien in liefde en zachtaardigheid èn de wil, de hardnekkige wil om ook ooit te mogen blóéíen, zodat ook anderen het schitterende 'snoeiwerk' van die Grote Tuinman mogen zien, in Wiens handen ik mijn leven nog maar zo kort geleden legde...
EEN BEETJE MEER EN MINDER .
Een beetje minder praten,
Een beetje meer geduld.
Je hart niet vol van zorgen
Maar liefdevol vervuld.
Een beetje minder jagen
Naar wat de wereld biedt
Een beetje meer vertrouwen
Op God ,die alles ziet.
Wat minder egoist zijn
Heus ,dat gevaar is groot
Een hart niet steeds gesloten
Maar open voor de nood
een beetje meer geloven
Wat minder dus verstard
Een beetje meer getuigen
Zo'n woord van hart tot hart
Wat minder af gaan breken
Er moet veel meer gebouwd
Wat minder blijven tobben
Wat meer op God vertrouwen
Nee,ik zal nooit volmaakt zijn
Dat vraagt God immers niet
Wel,dat Hij onze handen
Zo graag gevouwen ziet.
M.Kofferman-Zijl.
woensdag, 13-05-2009
En zo zit ik hier dan...
Bijna getrouwd, met alle voorbereidingen, die daarbij komen kijken.
Terwijl ik de dingen overdenk, zie ik mijzelf.
Ik zie mijzelf, bijna 47 jaar oud. Hoe ik ooit was, wat er allemaal gebeurd is in mijn leven en wat er veranderd is.
Laatst schreef ik, dat ik gevoelsmatig nog steeds dezelfde persoon ben, dat ik nog steeds hetzelfde 'voel'. Wat kan er dan veranderd zijn...?
Ikzelf? In welke zin?
Ik denk even terug. Terug in de tijd...
"Alweer?"
Ja! ..Alwéér ja..!
Men zegt wel eens: "je moet niet achterom kijken.", maar ik ben er zeker van dat dat in bepaalde situaties juist heel goed en belangrijk kan zijn.
Ik schreef vanavond een reactie aan één van mijn lezers en noemde daarbij enkele dagboek-delen.
Naderhand dacht ik: "Kom, laat ik die ouwe delen nog eens overlezen.." en al lezende werd ik volledig in beslag genomen door twee bepaalde delen, deel 33 en deel 36. Voor mijzelf heel belangrijke dagboekdelen.
Het was 9 december, 2007 (deel 33). Nog maar net een maand daarvoor had ik mijn leven in de handen van Jezus gelegd.
En ik kan je vertellen, lieve lezer...het was een hektische tijd. In praktische zin, maar vooral in emotionele zin! De woede-aanvallen waren bepaald niet van de lucht! Er hoefde maar íéts te gebeuren, of ik ontplofte volledig!
Maar terwijl ik las, proefde ik ook eenzaamheid. Intense eenzaamheid, omdat ik niemand had, met wie ik mijn nog zo prille geloof kon delen. Iemand die mij kon steunen, bemoedigen. Ik had zo iemand niet. Mijn hele wereld bestond uit niet-gelovigen en dus was er niemand, die ook geloofde en mij kon aanmoedigen om vol te houden; vast te houden aan wat God begonnen was en te bieden had. Hoe ongelooflijk kwetsbaar is het mosterdzaadje van geloof dat net gezaaid is, maar niet voldoende 'onderhoud' krijgt?
Ik lees het in deel 33...
Er was niemand. Ik was alleen, en in mijn eentje tot geloof gekomen. Zonder aanmoediging, hulp, of begeleiding (nazorg). Uberhaupt zonder tusenkomst of medewerking van andere mensen. De enige moréle steun die ik had, kwam van zus Heidi, broer Bert en van Johan. De rest van "digitale personen", mensen op het internet en daar moest ik het in geloofsmatige zin dan ook van hebben. Bijzonder waardevol, dat wel. Maar ja...wat heb je daaraan in de echte wereld? Wat heb je daar aan als je in de harde werkelijkheid van de maatschappij geconfronteerd wordt met je eigen zwakheid en kleinheid van je geloof en er is niemand die je optilt en zegt: "..vertrouw..! Kom, laten we bidden."
Ja ik was gelukkig, maar tegelijk ook zo intens eenzaam. Eenzaam in mijn geloof...
Hoe moeilijk was het vaak, om vol te houden; stand te houden? Al vanaf het eerste moment draag ik een paar kaartjes bij me op het werk, die ik zelf gemaakt had: één met op de achterkant de geestelijke wapenrusting van Efe.6, en één met de vrucht van de Geest, Galaten 5.
Deze twee kaartjes waren mijn houvast als ik op mijn werk was en hoevaak heb ik ze niet even in de handen gehad, of even de hand op die broekzak gehad, waar ze inzaten? Wat een steun heb ik, zeker in die eerste periode, aan die twee kaartjes beleefd!
En dan deel 36. Hoe eenzaam heb ik me niet gevoeld? Oh ja..ik vertelde en schreef er wel over, maar hóé diep gaan je gevoelens, als je beseft dat je in feite geen ouders hebt gehad? Hoe anders en waarschijnlijk catastrofaal zou die ontdekking geweest zijn, als ik niet geloofd had? Als God mij niet beschermd had? Niets, helemaal niets gaat boven Zijn bescherming, en al denken velen dat die bescherming vooral fisiek zou moeten zijn, ík weet beter dan dat. Ik heb Hem mogen ervaren van zo griezelig dichtbij, dat ik het idee had Hem aan te kunnen raken!
En kijk nu eens.....!!!
Kijk eens, waar ik nu, op dít moment sta!
Ik kijk even (als een soort van 'examen') naar mijzelf, met als referentie Galaten 5:22-23.
Als ik kijk naar de vrucht van de Geest, ben ik dan gegroeid? Is er 'verbetering', verandering in positieve zin?
Ben ik daar, waar de Here God mij wil hebben? Nee! Zeker niet!! Maar ik ben blijkbaar wèl zoveel gegroeid, dat woede uit onvrede, teleurstelling, haat of ongeduld omgekeerd is in acceptatie van een situatie; dat de onrust is verdwenen en plaats gemaakt heeft voor rust. Ik ben blijkbaar wèl zoveel gegroeid, dat God mij goed genoeg vindt voor één van Zijn kinderen om met haar te mogen trouwen..
Nee, helemáál 'goed genoeg' zal ik nooit bereiken, maar in mijn groei ben ik goed genoeg om telkens opnieuw weer èrgens in te mogen bloeien! En het moge duidelijk zijn: groeien is één ding, maar om ook daadwerkelijk te kunnen blóéíen heb ik het nodig om zo af en toe, zo hier en daar wat eens 'bijgesnoeid' te worden. Soms doet dat wat pijn. Soms fisiek, meestal emotioneel.
Maar ik weet, terugkijkend naar Dagboek deel 33 en 36, dat die positieve groei er is!
Refererend aan Galaten 5, de vrucht van de Geest en terugkijkend naar 'toen', kan ik met een schoon en gerust geweten zeggen uit eigen ervaring: ik zíé die groei en ontwikkeling! Soms (meestal) merk je er niets van, maar het is er! In theoretische zin èn in praktische zin. Voor mijzelf betekende dat: rust, ietwat anders leven, bijbelkennis, houding t.o.v. sommige dingen en nog zoveel meer. Mensen zeggen wel eens: "Je bent veranderd. Ik weet niet wat er is, maar er is iets veranderd. Je bent 'anders' geworden..." Enkelen vinden dat maar niets, maar de meeste mensen juichen het toe. Onder hen zelfs mensen die zelf niet geloven!
Als je in alle oprechtheid, zonder vooraf gestelde 'voorwaarden' aan God vraagt om in jouw leven te komen, èn daar dan ook werkelijk je hart voor opent, nou dan...
Dan gebeuren er werkelijk mooiere dingen dan je je ooit zou kunnen voorstellen!!
Zo vergelijk ik mijzelf naar anderen toe wel eens met een baby. Een baby, die geboren is met een klein molensteentje om z'n nekje. Naarmate die baby groeit, groeit die molensteen mee. Eigenlijk heb je het niet eens in de gaten. Je bent dat gewicht om je nek, op je schouders gewend. Je weet niet beter. Het 'hoort' gewoon bij jou...
Totdat je op een dag, net als ik, je leven in Jezus' handen legt. Zomaar..valt er dan opeens iets van je af, wat je altijd bij je gedragen hebt, wat jou als volwassenen af en toe zo vreselijk 'levensmoe' maakt. Zó moe van het leven, dat je het niet erg zou vinden, als je op een dag gewoon in slaap zou vallen en niet meer wakker zou worden. Zo moe van je eigen emoties, je gevoelens en herinneringen, dat je het liefst alles zou vergeten, zelfs wie je bent...
Als díé molensteen eenmaal van je afvalt, voel je je zó vederlicht, dat je zult denken dat je boven alles uitzweeft. Je zult je erover verbazen, dat je je altijd om zoveel dingen druk hebt gemaakt, die eigenlijk zó onbelangrijk zijn voor jouw eigen persoonlijke leven.
IK heb het mogen beleven. Ik ben die baby, die als volwassene God in z'n leven heeft gevraagd. En die molensteen?
Die was zomaar, opeens verdwenen. Wat er voor in de plaats kwam was de wil om vandaar te groeien in liefde en zachtaardigheid èn de wil, de hardnekkige wil om ook ooit te mogen blóéíen, zodat ook anderen het schitterende 'snoeiwerk' van die Grote Tuinman mogen zien, in Wiens handen ik mijn leven nog maar zo kort geleden legde...
EEN BEETJE MEER EN MINDER .
Een beetje minder praten,
Een beetje meer geduld.
Je hart niet vol van zorgen
Maar liefdevol vervuld.
Een beetje minder jagen
Naar wat de wereld biedt
Een beetje meer vertrouwen
Op God ,die alles ziet.
Wat minder egoist zijn
Heus ,dat gevaar is groot
Een hart niet steeds gesloten
Maar open voor de nood
een beetje meer geloven
Wat minder dus verstard
Een beetje meer getuigen
Zo'n woord van hart tot hart
Wat minder af gaan breken
Er moet veel meer gebouwd
Wat minder blijven tobben
Wat meer op God vertrouwen
Nee,ik zal nooit volmaakt zijn
Dat vraagt God immers niet
Wel,dat Hij onze handen
Zo graag gevouwen ziet.
M.Kofferman-Zijl.
Dagboek deel 086 Heel ver terugkijken...
zondag, 10-05-2009
24 februari.
Dat was de laatste keer dat ik een dagboek deel schreef.
Bijna anderhalve maand geleden...
Toen ik begon, schreef ik elke dag een deel! De eerste 32 delen in slechts tweeëndertig dagen!!
En dat waren toch stuk voor stuk geen kleine delen, integendeel: mijn zus zei wel eens: "wat schrijf je van die ellenlange epistels...!"
Natuurlijk is er sindsdien heel veel gebeurd met mij.
En het is ook mede dáárom, dat ik met de regelmaat van de klok eens wat teruglees. Niet alleen hier, maar ook in oude dagboeken, die ik langzaam (veel te langzaam) ook op internet zet.
Vanavond kreeg ik een reactie van een oude groepsgenoot van de Rekkense Inrichtingen op mijn Punt van 'Dagboek van vroeger'.
Hij was op bezoek geweest bij de oud-hoofdleider van ons toenmalig paviljoen "de Haar". Ik was er zelf ook enige tijd geleden geweest, samen met de wederhelft, maar toen was de goeie man niet thuis. Hij had wèl een berichtje achtergelaten op mijn voicemail naderhand.
Arno, mijn oude groepsgenoot, vertelde mij dat Bernhard blijkbaar van deze site weet en mijn "Dagboek van vroeger" had uitgeprint... Hij liet het aan Arno lezen en gaf hem de naam van de site.. Bij thuiskomst hebben hij en zijn vrouw het (globaal?) gelezen en ze lieten een berichtje achter...
Natuurlijk kon het niet anders, of we raakten aan de praat en een al eerder ge-opperd idee kwam weer ter sprake: een reunie. Uiteraard was in onze tijd lang niet alles pais en vree en als 'probleemjongeren' met een niet mis te verstaan verleden hadden we het uiteraard lang niet altijd even gemakkelijk. We stuiterden vaak van de ene wan-situatie in de andere. Maar toch...voor enkelen van ons geldt dat de hele inrichtingstijd toch eigenlijk best een goede tijd was en zeer waarschijnlijk onze redding betekende.
Na ons korte 'gesprekje' op hyves zit ik nu een poosje voor me uit te kijken en de dingen van die tijd weer eens te overdenken. Voor heel veel anderen geldt vaak, dat je het verleden achter je moet laten en niet meer achterom moet kijken. Dat IS ook vaak zo. Maar voor mij geldt dat niet. Natuurlijk: de slechte dingen moet je ècht achter je laten, maar vergeten we daarmee ook vaak niet de goede dingen van zo'n periode? De kameraadschap, die veel jongeren onder elkaar hadden, of, zoals in mijn geval: de gelegenheid om alleen te zijn en te overdenken en op te schrijven? De tijd en eindelijk de gelegenheid om mijn gevoelens een plaatsje te geven of te verwerken. Hoeveel positiefs heeft dat inmiddels teweeggebracht??
Als ik kijk naar mijzelf en zie, hoe ik tóén was, moet ik even glimlachen om de herkenbaarheid. Herkenbaarheid, omdat ik in feite maar weinig tot niets ben veranderd, in gevoelsmatige zin. Ik kan me situaties en gebeurtenissen herinneren, waar bepaalde gevoelens bijhoren. Gevoelens die ik tóén had. En terugdenkende aan zo'n gebeurtenis voel ik weer dezelfde dingen. Ze zijn een deel van mij, een onlosmakelijk deel, dat bij mij hoort.
Ik heb er al zovaak over geschreven: ik ben een gevoelsmens. Dat ben ik al, zolang ik me kan herinneren. En het is dáárom, dat ik dit stukje even schrijf.
Vroeger, op de inrichting, voelde ik een sterke hang naar liefde die ik nooit gekend had.
Enkele groepsleiders waren christen en die liefde, waar ze me over lieten lezen en soms vertelden, was een soort liefde die aanvoelde als een warme deken, maar die 'niet voor mij weggelegd was'. Ik hield me dan ook vaak bezig met de 'mystiek' rondom die liefde. Dat uitte zich veelal in tekeningen van, of gedichten over Jezus.
Nou was één van die groepsleiders ooit lid geweest van de Youth for Christ in Enschede en op een goeie dag kreeg ik van hem letterlijk een schop onder m'n hol met de boodschap, niet langer te dralen maar eindelijk eens naar die YFC-Koffiebar in Enschede te gaan. "En waag het niet om me wat voor te liegen, want ik wéét hoe het er vanbinnen uitziet!"
Terugdenkend aan die tijd, realiseer ik me, hóé God eigenlijk al aan het werk was in mijn leven. Hij zal vast en zeker geweten hebben, dat ik Hem niet al te lang daarna weer in de steek zou laten.
Maar voor ik afdwaal...
In mijn korte gesprekje met Arno kreeg ik van hem het nummer van deze bewuste groepsleider, die blijkbaar nog altijd verbonden is aan de vroegere "R.I.", nu "Oldenkotte". Ik had wel eens gezocht en ge-googled naar hem, maar vond hem nooit.
En zeg nou zelf: zou het niet geweldig zijn om een heuse reunie te organiseren met enkele groepsleiders en 'pupillen' van destijds? Samen met Johan en enkele anderen voor heel even ruim dertig jaar teruggaan in de tijd...
Het tafeltennistalent van Johan, de Risk-idioterieën van Aart, de "schaak"-gesprekken met Eugene, de nooit aflatende humor en relativeringsdrift van Jos en dit alles gecombineerd met de ervaringen van enkele oud-pupillen..
Die reunie komt er!
Mèt alle betrokken figuren, incluis Bernhard Wissink, de oud-hoofdleider van de Haar, die, zonder het te weten, dit reunie-balletje weer aan het rollen bracht......
Het laatste "kiefte-team" (Eugene van Weijk maakte de foto waarschijnlijk),
Hengelo 1981: boven, v.l.n.r. :
Francien Kroekstoel, Wim van Bergen, Jos de Wolf, Henk Klos.
midden: Aart Goossens (YFC-Koffiebar)
Onder: Johan Dammuller (ass. hoofdleider) , Martin Leander (hoofdleider)
zondag, 10-05-2009
24 februari.
Dat was de laatste keer dat ik een dagboek deel schreef.
Bijna anderhalve maand geleden...
Toen ik begon, schreef ik elke dag een deel! De eerste 32 delen in slechts tweeëndertig dagen!!
En dat waren toch stuk voor stuk geen kleine delen, integendeel: mijn zus zei wel eens: "wat schrijf je van die ellenlange epistels...!"
Natuurlijk is er sindsdien heel veel gebeurd met mij.
En het is ook mede dáárom, dat ik met de regelmaat van de klok eens wat teruglees. Niet alleen hier, maar ook in oude dagboeken, die ik langzaam (veel te langzaam) ook op internet zet.
Vanavond kreeg ik een reactie van een oude groepsgenoot van de Rekkense Inrichtingen op mijn Punt van 'Dagboek van vroeger'.
Hij was op bezoek geweest bij de oud-hoofdleider van ons toenmalig paviljoen "de Haar". Ik was er zelf ook enige tijd geleden geweest, samen met de wederhelft, maar toen was de goeie man niet thuis. Hij had wèl een berichtje achtergelaten op mijn voicemail naderhand.
Arno, mijn oude groepsgenoot, vertelde mij dat Bernhard blijkbaar van deze site weet en mijn "Dagboek van vroeger" had uitgeprint... Hij liet het aan Arno lezen en gaf hem de naam van de site.. Bij thuiskomst hebben hij en zijn vrouw het (globaal?) gelezen en ze lieten een berichtje achter...
Natuurlijk kon het niet anders, of we raakten aan de praat en een al eerder ge-opperd idee kwam weer ter sprake: een reunie. Uiteraard was in onze tijd lang niet alles pais en vree en als 'probleemjongeren' met een niet mis te verstaan verleden hadden we het uiteraard lang niet altijd even gemakkelijk. We stuiterden vaak van de ene wan-situatie in de andere. Maar toch...voor enkelen van ons geldt dat de hele inrichtingstijd toch eigenlijk best een goede tijd was en zeer waarschijnlijk onze redding betekende.
Na ons korte 'gesprekje' op hyves zit ik nu een poosje voor me uit te kijken en de dingen van die tijd weer eens te overdenken. Voor heel veel anderen geldt vaak, dat je het verleden achter je moet laten en niet meer achterom moet kijken. Dat IS ook vaak zo. Maar voor mij geldt dat niet. Natuurlijk: de slechte dingen moet je ècht achter je laten, maar vergeten we daarmee ook vaak niet de goede dingen van zo'n periode? De kameraadschap, die veel jongeren onder elkaar hadden, of, zoals in mijn geval: de gelegenheid om alleen te zijn en te overdenken en op te schrijven? De tijd en eindelijk de gelegenheid om mijn gevoelens een plaatsje te geven of te verwerken. Hoeveel positiefs heeft dat inmiddels teweeggebracht??
Als ik kijk naar mijzelf en zie, hoe ik tóén was, moet ik even glimlachen om de herkenbaarheid. Herkenbaarheid, omdat ik in feite maar weinig tot niets ben veranderd, in gevoelsmatige zin. Ik kan me situaties en gebeurtenissen herinneren, waar bepaalde gevoelens bijhoren. Gevoelens die ik tóén had. En terugdenkende aan zo'n gebeurtenis voel ik weer dezelfde dingen. Ze zijn een deel van mij, een onlosmakelijk deel, dat bij mij hoort.
Ik heb er al zovaak over geschreven: ik ben een gevoelsmens. Dat ben ik al, zolang ik me kan herinneren. En het is dáárom, dat ik dit stukje even schrijf.
Vroeger, op de inrichting, voelde ik een sterke hang naar liefde die ik nooit gekend had.
Enkele groepsleiders waren christen en die liefde, waar ze me over lieten lezen en soms vertelden, was een soort liefde die aanvoelde als een warme deken, maar die 'niet voor mij weggelegd was'. Ik hield me dan ook vaak bezig met de 'mystiek' rondom die liefde. Dat uitte zich veelal in tekeningen van, of gedichten over Jezus.
Nou was één van die groepsleiders ooit lid geweest van de Youth for Christ in Enschede en op een goeie dag kreeg ik van hem letterlijk een schop onder m'n hol met de boodschap, niet langer te dralen maar eindelijk eens naar die YFC-Koffiebar in Enschede te gaan. "En waag het niet om me wat voor te liegen, want ik wéét hoe het er vanbinnen uitziet!"
Terugdenkend aan die tijd, realiseer ik me, hóé God eigenlijk al aan het werk was in mijn leven. Hij zal vast en zeker geweten hebben, dat ik Hem niet al te lang daarna weer in de steek zou laten.
Maar voor ik afdwaal...
In mijn korte gesprekje met Arno kreeg ik van hem het nummer van deze bewuste groepsleider, die blijkbaar nog altijd verbonden is aan de vroegere "R.I.", nu "Oldenkotte". Ik had wel eens gezocht en ge-googled naar hem, maar vond hem nooit.
En zeg nou zelf: zou het niet geweldig zijn om een heuse reunie te organiseren met enkele groepsleiders en 'pupillen' van destijds? Samen met Johan en enkele anderen voor heel even ruim dertig jaar teruggaan in de tijd...
Het tafeltennistalent van Johan, de Risk-idioterieën van Aart, de "schaak"-gesprekken met Eugene, de nooit aflatende humor en relativeringsdrift van Jos en dit alles gecombineerd met de ervaringen van enkele oud-pupillen..
Die reunie komt er!
Mèt alle betrokken figuren, incluis Bernhard Wissink, de oud-hoofdleider van de Haar, die, zonder het te weten, dit reunie-balletje weer aan het rollen bracht......
Het laatste "kiefte-team" (Eugene van Weijk maakte de foto waarschijnlijk),
Hengelo 1981: boven, v.l.n.r. :
Francien Kroekstoel, Wim van Bergen, Jos de Wolf, Henk Klos.
midden: Aart Goossens (YFC-Koffiebar)
Onder: Johan Dammuller (ass. hoofdleider) , Martin Leander (hoofdleider)
Dagboek deel 085 Terug...
Dinsdag, 24-02-2008
Zo! Daar is ie dan eindelijk weer..
Het heeft even geduurd, maar inmiddels gaat het weer helemaal de goede kant op!!
Ik had er enkele maanden geleden al eens over geschreven, maar zeker de laatste weken was het helemaal mis met mijn huid. Niet om aan te zien!
Natuurlijk vinden we soms van onszelf, dat we er 'iets minder' uitzien, maar in dit geval vonden anderen dat ook. (Al zegt men dat natuurlijk niet, maar je merkt het wèl aan de mensen...) Met een vuurrood en opgezet gezicht, hals en armen en helemaal onder de wondjes werd ik zo langzamerhand gek van de jeuk. Nou weet ik best wat jeuk is, maar dit was toch echt anders. Men zegt wel eens: "je kunt beter pijn hebben, dan jeuk...", en daar ben ik het helemaal mee eens. Je kunt je niet meer concentreren op andere dingen, je zit geen moment meer stil en bij de minste aanraking jeukt alles en doen de
opengekrabde wondjes erg veel pijn. De mensen om je heen gaan zich op den duur ook een klein beetje storen aan je constante krabben en nervositeit. Ze worden er zelf ook wat nerveus van. Logisch, maar in feite maakt dat de situatie alleen maar erger.
In het begin dacht ik: “het valt nog wel mee. Het gaat zo weer over…”, maar inplaats daarvan werd het alleen maar erger. De jeuk werd heviger en heviger en ik kon zo ongeveer niets meer hebben.
Resultaat? Ik werd prikkelbaar, erg prikkelbaar, sjacherijnig en kon niets meer van anderen hebben. Onredelijk reageren op goedbedoelde uitlatingen van anderen, bijzonder ongeduldig en heel snel erg kwaad. Mensen als Johan dachten dat het misschien kwam door de spanningen rondom het aanstaande huwelijk, maar dat was niet zo.
Ik smeerde me suf aan allerlei ‘cool-gels’, ‘mint-talk’ en meer van dat soort middeltjes om de jeuk maar te verminderen, maar niets hielp echt. Op een bepaald moment was het zo erg dat ik de jeuk bestreed door meerdere keren per dag zo heet mogelijk te douchen. Wat een genot!!! Heerlijk! (denk maar eens aan iemand, die jeuk heeft op z’n rug en tegen een muur aan schuurt) Ik vóélde als het ware de jeuk weg’branden’. Wat ik in die situatie niet besefte, was dat ik in feite bezig was m’n huid te verbranden en uit te drogen.
Niets hielp. Ook bidden niet. Hoevaak heb ik niet gebeden en aan God gevraagd om die pijn en jeuk weg te halen. Maar er gebeurde niets… En je raadt het al: in momenten zoals ik hierboven vertel werd ik al gauw onredelijk. Boos ook. Waarom liet God dit toe? Waarom zorgde Hij niet voor een klein beetje verzachting? Hij is toch Almachtig? Nou dan! Dan kon Hij ook zien, dat deze hele toestand bepaald niet bevorderlijk was voor mijn funcioneren en voor de relatie tussen mijn verloofde en mij.
Mijn handen vouwen voor een gebed werd dan ook steeds moeilijker. Niet alleen in emotioneel opzicht, maar ook fisiek; ik kon ze simpelweg niet lang genoeg stilhouden… Al met al realiseerde ik me ook nog eens, hoe zwaar dat moest zijn voor Grétha. Elk weekend na een week hard werken weer in Enschede en het eerste dat ze kon doen, was haar vent kalmeren. Ze smeerde m’n rug in met crème, bad voor ons beiden en nam afstand, waar ik te ongedurig werd. De moeilijkste momenten voor haar waren toch wel díé momenten, waarin ik het af en toe echt niet meer zag zitten en gek werd van de jeuk. Dan ging ik even naar buiten en stak een shaggy op om maar een klein beetje te kalmeren. Ondanks de wetenschap dat dit haar nog veel meer pijn deed…
Tot vorige week maandag.
Greet was de hele week vrij en bij mij. We hadden een afspraak gemaakt bij de dokter omdat de medicijnen tegen die astma maar niet hielpen. Het bleef steeds maar aanhouden. Omdat we er toch eenmaal zaten, vroegen we ook maar gelijk om advies voor m’n huid en toen de dokter dat zag greep ze direct de telefoon en belde naar het ziekenhuis.
En daar zaten we dan 15:30 uur: in de wachtkamer van de spoedbehandeling, te wachten op wat komen ging. Eerst kwam er iemand om bloed af te nemen. Daarna iemand die m’n huid bekeek en na een vragenlijst te hebben beantwoord kwam er een longarts binnen. Die wist mij te vertellen dat een huidaandoening en astma heel vaak samengaan. Hij onderzocht me en zei dat hij even zou overleggen met een dienstdoende dermatoloog. Daarna vertrok hij en kregen wij van een zuster een kop koffie en toen was het weer afwachten.
Na ruim drie uren wachten kwam hij terug. Ondertussen had ik nog wat testjes gedaan, werd er een hartfilmpje gemaakt en meer van dat soort dingen. Na wat heen en weer gebel vertelde hij dat het de bedoeling was om mij op te nemen. We schrokken ons wezenloos! Opnemen..?? Kunnen we dan wel eerst naar huis om spullen op te halen?? “Nee..het was de bedoeling om direct met bed en al (waar ik op lag) naar een afdeling gereden te worden.” Maar eerst wilde hij een infuus aanleggen met een middel tegen de eerste accute jeuk om de boel wat te kalmeren. Infuus…? Dat gaat niet lukken.. Mijn huid was nl. zodanig hard en taai, dat men er niet met een naald doorheen kwam! Het bloedprikken hadden ze daarom ook al via de vinger gedaan. Maar goed, dokters zijn eigenwijs, dus tóch proberen. Na de eerste pogingen gaf hij het maar op en liet een coktailtje komen van hetzelfde soort medicijn en daarna ging het richting opname. Grétha reed (voor het eerst alleen) naar huis om spullen op te halen, bang als ze was om in Enschede te verdwalen…
Tsja…daar lag ik dan: op een zaaltje met drie andere personen op de longafdeling. Een man die zichzelf bijna niet liet zien en twee oudere vrouwen van 72 en 83 jaar.
Eigenlijk lag ik op de verkeerde afdeling, maar men dacht: het ligt aan de astma en de rest komt later. Toen ik daar eenmaal lag en dat medicijntje langzaam begon te werken, voelde ik me heerlijk rustig worden. Greet was inmiddels voor de nacht naar huis gegaan (ze kende de weg nu feilloos) en we hadden te horen gekregen dat ik de volgende dag naar de dermatoloog zou en daarna weer naar huis mocht. Maar helaas: de volgende ochtend kwam een zuster vertellen dat die dokter vandaag niet kon en dat ik dus langer zou blijven. Dat was echt balen! Dus belde ik maar naar huis en vertelde behoorlijk sjacherijnig, wat ik net gehoord had. Natuurlijk baalden we allebei, maar zij liet het niet merken. Inplaats daarvan stelde ze me gerust door te zeggen: “Prima, dan wordt er nu eindelijk iets aan gedaan. Dat is toch ook goed?!”
Vrouwen… Ze zijn altijd zo hopeloos verstandig in tijden van stress. Vooral mijn Greet! Praktisch denken en handelen, terwijl ik alleen maar boos en ongeduldig zit te zijn… Maar goed, die dinsdagavond om 17:00 uur zat ik net op bed aan de avondboterham (het eten was weinig maar erg goed), toen een zuster kwam vertellen dat ik de volgende dag naar een dermatoloog moest, maar dat ik in de tussentijd wel naar huis mocht! Vreugde!! Vreugde!!
Die woensdag bij de huidarts werd ik grondig onderzocht en kreeg ik uiteindelijk wat adviezen en een nieuw medicijn. Advies: een half minuutje per dag douchen en het liefst koud..(!!) Jéétje…ik sta gewoonlijk met gemak een half úúr onder de douche!! Verder alle middeltjes aan de kant en alleen tweemaal daags dit zalfje gebruiken van top tot teen. Plus de “anti-jeuk” pilletjes en prednison.
Hoe wonderlijk! Nog geen twee dagen later was het rood van mijn huid nagenoeg verdwenen!! Inplaats van een ‘olifantenhuid’ werd het steeds zachter en gaver en van de witachtige uitdroging van de huid was niets meer te zien!
Wat heeft dit alles met mij gedaan? Wat heeft het allemaal met óns gedaan?
Ondanks de korte tijd waarin wij elkaar nu kennen, zijn we toch al redelijk veel moeilijkheden op onze weg tegengekomen. Moeilijkheden in praktische zin, maar vooral ook in emotionele zin. De kultuurverschillen tussen ‘haar wereld’ en de mijne liegen er niet om en daar komen dan nog eens de karakterverschillen bij! Zo diepgelovig en vertrouwend als Greet is, zo kleingelovig en wantrouwend ben ik. Zo geduldig als zij is, zo ongeduldig ben ik. Ik vind het niet erg erg om te wachten, als het maar niet langer dan twee seconden is!! Alles moet bij mij direct, onmiddellijk, meteen, subiet en wel NU graag…!
Daar heb ik een bijzondere les geleerd:
Nu, een week na het gebeurde, heb ik voldoende tijd gehad om over de dingen na te denken. Het is ook daarom, dat ik niet eerder geschreven heb.
Wat heb ik beleefd? Hoe heb ik de Here God ervaren? Hèb ik de Here God wel ervaren? Denk ik nog steeds, dat Hij me niet geholpen heeft? Waren mijn gebeden wel oprecht? Terwijl ik nu al een hele poos nadenk over de dingen, bedenk ik me hoe wonderlijk God eigenlijk werkt. Okee, we zeggen wel zovaak, dat alles op Zijn tijd-en wijze gebeurt, en we geloven dat ook echt, maar als het er werkelijk op aan komt? Geloven we het dan nog zo hard? Wel, ik heb ontdekt dat mijn geloof simpelweg te klein is. Ik WIL het wel geloven, maar de verleiding om alles te hebben op MIJN tijd-en wijze is soms zó groot..
Wat heeft God dan uiteindelijk gedaan met mijn gebeden? Heeft Hij ze verhoort? Nee! Maar Hij heeft wel iets anders gedaan…
In Zijn Grootheid heeft hij Greet en mij dichter en dichter en dichter naar elkaar toe laten groeien. Al onze moeilijkheden heeft Hij ons in enkele weken dichter tot elkaar laten komen dan ooit tevoren. Hij heeft onze moeilijkheden niet verzacht, maar ze juist gebruikt voor Zijn heel eigen doel!
In mijn bijbel staat: “Hij doet alle dingen medewerken ten goede.”
Wij, Greet en ik, zijn het levende bewijs dat dit ook echt zo is!
Abonneren op:
Posts (Atom)